Navigatie

  • News Home
  • Vacatures zoeken
  • Friese plaatsen
  • Fryzo Home
  • Mobiel
  • top Inline links:

  • Google News
  • Twitter
  • Vacatures
  • Radio
  • Panoramio Images
  • Flickr Images
  • Footer
  • Nieuwsarchief van afgelopen maandag 13 mei 2013 22:49:19

    klik hier voor het nieuws van zondag

    Weersvoorspellingen voor regio Ashburn
    Sunday

    79°F 66°F
    Monday

    82°F 64°F
    Tuesday

    88°F 68°F
    Wednesday

    90°F 70°F
    Thursday

    86°F 66°F
    Friday

    82°F 61°F
    Actueel radar beeld van 06:50:00 (20130513) -

    - Mon, 13 May 2013 06:50:00 +0200
    zondag 19 mei 2013 21:23:06
    maandag_small.jpg
    Vandaag 2059 nieuws berichten.
    Aantal Regionieuws links: 832.
    Aantal Blogs: 616.
    Aantal TV links: 365.
    Aantal Vacatures: 64.
    Totaal: 3936 nieuwsitems.

    Experimentele Dossiers:
    Dossier Friesland: 51290.
    Dossier Marianne Vaatstra: 1209.
    Dossier Oerol: 227.
    Dossier KH2018: 339.
    Dossier Elfstedentocht: 619.
    Dossier Klimaat: 2062.
    Dossier Water: 1659.
    Dossier Energie: 5183.
    Dossier Gentech: 987.
    Dossier Medisch: 8102.
    Dossier Sex & Relatie: 7494.
    Dossieritems: 77962.

    Vandaag totaal aantal nieuwsberichten en dossieritems: 81898.

    Chinese (Simplified)DanishDutchEnglishFrenchGermanIndonesianItalianPortugueseSpanish
    Nieuwsbronnen (214)

    Alternatief (24)
    Anarchiel
    Argusoog
    Dagelijkse Standaard
    Deepjournal.com
    Earth Matters
    Fok.nl
    Geennieuws.com
    Geenstijl.nl
    Gewoon-Nieuws
    Glamora.ma
    Grenswetenschap
    Happynews.nl
    Het kan wel.net
    Het Vrije Volk
    Hyped.nl
    Klimatosoof
    Lowtechmagazine
    Naturalnews.com
    Retecool
    Stomverbaasd.com
    Veterans Today
    Wacholland.org
    Zaplog.nl
    Zonnewind.be

    Dagbladen (28)
    Algemeen Dagblad
    Dagblad vh Noorden
    Der Spiegel
    De Morgen
    De Standaard
    De Tijd.be
    Elsevier
    Friesch Dagblad
    Groene Amsterdammer
    HLN
    leeuwarder courant
    Leeuwarder Courant Cultuur
    Nieuws.nl
    Nieuwsbank
    Nieuwsblad.be
    NRC
    NRC Cultuur
    NRC Economie
    NRC Next
    NRC Wetenschap
    Parool
    Parool Media
    Quote
    Reformatorisch Dagblad
    Telegraaf Vrouw
    Trouw
    Volkskrant
    Vrij Nederland

    Economie (14)
    Beurs.com
    Beurs.nl
    Beurz.com
    Financial Times Europe
    Fondsnieuws.nl
    Gata.org
    Nasdaq
    Nu nl Beurs
    Nu nl Economie
    Soundmoney.be
    The Economist
    Trendwatching.com
    Wall Street Journal Europe
    Yahoo Finance

    Energie en Klimaat (11)
    Atoomstroom Nieuws
    Climategate.nl
    Duurzaamnieuws.nl
    Duurzameagenda
    eg blog energy
    Energieportal
    Essent Nieuws
    Greenpeace.nl
    Nulpuntenergie.net
    NUON Nieuwsfeiten
    Staatvanhetklimaat

    Entertainment (5)
    2Leep
    DamnCoolPics
    FokSuk
    Het Zesde Vlak
    The Oatmeal

    Europa (3)
    Die Zeit
    Le Monde
    The Guardian

    Evenementen (10)
    Eventplanner.nl
    Festivalagenda
    Fries Museum
    Froeks Agenda
    Groningeruitburo
    Horeca Friesland
    Partyflock Groningen
    Partyflock Leeuwarden
    Slachtemarathon
    Uitburo.nl

    ICT (6)
    CNET News
    Computeridee
    Security.nl
    Slashdot
    Tweakers.net
    Webwereld

    Internet (28)
    925.nl
    Alarmeringen Friesland
    Alle Persberichten
    Blik Op Nieuws Drenthe
    Blik Op Nieuws Groningen
    Flitsnieuws
    Flitsservice
    Froeks Weblog
    Grouster
    Headlinez Friesland
    Huis aan Huis
    Itnijs.nl
    Larana
    liwwadders
    Mo.be
    MSN
    Nieuwsuitfriesland
    Nijsnet
    Nu Jij
    Nu nl Algemeen
    Nu nl Binnenland
    Nu nl Buitenland
    Nu nl Cultuur
    Nu nl Opmerkelijk
    The Intelligence.de
    Waldnet
    Weekkrant Friesland
    Wietze Elzinga weblog

    Maatschappij (3)
    Activistpost.com
    Ode Magazine
    Transitiontowns.nl

    Overheid (3)
    Gemeente Leeuwarden
    Nu nl Politiek
    Opsporing Verzocht

    Sport (6)
    AD Sportwereld
    Eredivisielive.nl
    Headlinez Sport
    NOS Sport
    Telesport
    Voetbal International

    TV (11)
    Dumpert
    Films Op TV
    Humo
    Mediacourant
    NOS Headlines
    Omroepen
    Omrop Fryslan
    RTL-4
    RTL-Z
    Topdocumentaryfilms
    Zappen.blog

    Weersberichten (4)
    buienradar
    KNMI nieuws
    KNMI waarschuwingen
    KNMI weer

    Wetenschap (12)
    Faqt.nl
    Geschiedenis24
    Info.nu
    Kennisland
    Newswise.com
    Nu nl Wetenschap
    Science Daily Alternativ Fuels
    Science Daily Water
    Science Daily Wind Energy
    Scientas.nl
    Wetenschap Startpagina
    Wired.co.uk

    World (23)
    Africanews
    Al Jazeera
    BBC World
    CBS News
    Chinapost.tw
    CNN
    CNN World
    Huffington Post
    James Corbett
    Jim Rogers
    John Perkins
    John Pilger
    Liveleak VideoNews
    Max Keiser
    NY Times
    Peter Schiff
    Population
    PressTV
    Reuters
    Russia Today
    Time Magazine
    Trendresearch
    Washington Post

    Zakelijk (1)
    KVK Landelijk

    Zorg (22)
    Ahealthylife.nl
    Artsen zonder Grenzen
    Gezondheidsnet.nl
    Gezond Gelukkig Zijn
    GGD Fryslan
    GGD Nederland
    Inkazo.nl
    Kloptdatwel.nl
    Kwakzalverij.nl
    Medischcontact.nl
    Medischcontact Artikelen
    NTVG Nieuws
    NTVG Onderzoek
    Nu nl Gezondheid
    Op je Gezondheid
    Rechtopgezondheid
    Sciencedaily Health
    Thuiszorg De Friese Wouden
    WHO Diseases Outbreak
    WHO Emergencies and Disasters
    WHO Europe
    WHO News




    Google Ads


    291 items gevonden voor 'Wetenschap' in maandag     De links 1 t/m 50.

    Nieuwsbronnen (4)
    Nederland: Grenswetenschap:
    Nederland: NRC_Wetenschap:
    Nederland: Nu_nl_Wetenschap:
    Nederland: Wetenschap_Startpagina:
     
    Europa: Belgie: Mo.be [ Geolocation ]   (Laatste update: Maandag 13 Mei 2013 02:27:16 )
    • Smeltende Noordpool verzuurt snel

      Het noordpoolgebied krijgt niet alleen te maken met een snelle afsmelting van de ijskap. Wetenschappers stellen vast dat ook de zuurtegraad er veel sneller stijgt dan in andere delen van de wereldzeeën.


      1 January , 1970 : 01:00:00
     
    Friesland: Weekkrant_Friesland: [ Geolocation ]   (Laatste update: Maandag 13 Mei 2013 02:27:16 )
    • Jeugdcolleges Gouden Eeuw in Fries Museum
      Wat voor kleren deed je aan als je er ‘cool’ uit wilde zien in de Gouden Eeuw. Welke gevaarlijke ziektes lagen er op de loer? En wat voor belangrijke wetenschappelijke ontdekkingen hebben de Friezen eigenlijk gedaan? Deze en andere vragen worden beantwoord tijdens de jeugdcolleges in het Fries Museum
      Het Fries Museum in Leeuwarden presenteert in september als eerste museum in Friesland een collegereeks van de MuseumJeugdUniversiteit. De universiteit is bedoeld voor nieuwsgierige kinderen tussen de 8 en 12 jaar. Tijdens vier colleges vertellen experts over de Gouden Eeuw.

      Colleges dit najaar
      7 May , 2013 : 08:45:19
     
    Nederland: 925.nl: [ Geolocation ]   (Laatste update: Maandag 13 Mei 2013 02:27:16 )
    • Wie wordt de Europeaan van het jaar?

      Spannend! Een stemming; wie wordt de Europeaan van het jaar? Onze voorspelling; Guy Verhofstadt en Daniel Cohn-Bendit. Loopt het anders, en bent u de eerste reaguurder die de uitslag juist voorspeld bleek te hebben? Dan mag u een flesje lekkers ophalen bij de redactie.

      Het European Executive Council (EEC) is een club van Europese topmanagers, die elk kwartaal afspreken om ‘best practices’ in Europees zakendoen uit te wisselen, en natuurlijk om te netwerken. Eens per jaar wordt de ‘European Leader of the Year Award’ uitgereikt, de zes genomineerden vindt u hier.

      De laatste, duonominatie is die van die Guy Verhofstadt en Daniel Cohn-Bendit, twee Europarlementariers uit respectievelijk Belgie en Frankrijk. Waarom maken deze twee de grootste kans? Het Europese toverwoord van de afgelopen twaalf maanden is ‘federalisme’. De liberaal Verhofstadt en de radicaal Cohn-Bendit werden vorig jaar ‘woedend’ om het gebrek daaraan in Europa, en startten een campagne om de Europese eenwording te versnellen. Hoe dat helpt om economische verschillen in Europa op te lossen werd niet vermeld, dat het nodig is wel.

      De jury bestaat uit ‘opiniemakers’ uit de media, de wetenschap en de samenleving in het algemeen. Zeker weten? De voorzitter van de jury is Bruno Boissière, voormalig Secretaris-Generaal van de Unie van Europees Federalisten (UEF). Hier vindt u een interview uit 2002, waarin hij het federale gedachtengoed al uitdroeg, lang voor de crisis die meer eenheid juist nodig zou maken.

      De UEF is een onafhankelijke, Brusselse denktank zonder winstoogmerk die het Europees Federalisme wil bevorderen. Dit gaat u vaker horen. We vinden een reeks van dit soort banenmachines in Brussel, waarin een beperkte groep mensen de topposities onderling verdeelt. Een latere President van de club van Boissière is Jo Leinen, inmiddels weer voorzitter van de ‘Europese Beweging-Internationale’ (EBI) en Andrew Duff en Pat Cox, twee andere Europarlementariers. De EBI is een onafhankelijke denktank die …, inderdaad.

      Voordat Cox President van de EBI werd, was hij voorzitter van Ireland for Europe (IFE). In 2008 verwierpen de Ieren een voorgestelde grondwetswijziging, die verdere Europese integratie mogelijk moest maken. De IFE startte daarop een campagne, en zorgde ervoor dat er op een gunstiger moment een nieuw referendum werd gehouden. Toen de kredietcrisis uitbrak werd duidelijk dat Ierland Europese noodhulp nodig zou hebben, dus het volgende referendum viel in het voordeel van Europa uit. Kennelijk zijn referenda in Europees verband niet bindend; ze worden net zo lang herhaald, totdat er een gunstige uitslag uitkomt.

      Duff en Cox zitten op dit moment in de Spinelli Groep (SG), ook een denktank uit Brussel die… Goed, u begrijpt het. In de SG treffen we dezelfde kopstukken aan; Cox, Duff, Leinen, maar ook onze favorieten Verhofstadt en Cohn-Bendit. De groene Monica Frassoni uit Italie is ook lid van deze club.

      Frassoni en Cox, zitten ook weer bij de club ‘Friends of Europe’ (FOE), nog een denktank die, onafhankelijk, enzovoort. Een van de partners daarvan is het Internationale Energie Agentschap (IEA), waarvan huidig EEC-juryvoorzitter Boissière vroeger weer de voorzitter was. Deze club wordt op dit moment overigens voorgezeten door Maria van der Hoeven, oud-Minister namens het CDA. De ‘board of trustees’ van FOE bestaat dus uit Frassoni evenals Cox en, daar is hij weer, Verhofstadt. De ‘President’ van FOE is een Belgische Burggraaf, Etienne Davignon, en hij is weer voorganger van Van der Hoeven als ‘President’ van IEA. Het is een kleine wereld.

      Een ander, bijzonder kopstuk van FOE is Spiros Latsis, over wie we gisteren berichtten. Een van de negen partijen, die profiteerden van de opmerkelijke bail-out van zijn failliete Russische spaarbank, is geen natuurlijk persoon maar de stichting ‘Latsis Foundation’. Deze heeft een belang in Eurobank, en profiteerde zodanig voor ⁈29 miljoen van de graai in het Nederlandse overheidsbudget. De Latsis Foundation financiert de Europese Latsis-Prijs, die jaarlijks door de European Science Foundation (ESF) wordt uitgereikt.

      De ESF voert het Europese wetenschappelijk beleid uit, dat erop is gericht om wetenschappenlijk onderzoek in Europa te verenigen, de zogeheten ‘European Research Area’. Dit principe komt voort uit het verdrag van Lissabon, waar de Fransen, Nederlanders en Ieren in of na 2005 juist tegen stemden. Een kerntaak, de jaarlijkse prijs, wordt gefinancierd door Latsis. Opmerkelijk, dat iemand die in Europa geen belasting betaalt, toch zoveel indirecte invloed mag hebben.

      Het is nog opmerkelijker dat Cohn-Bendit en Verhofstadt zijn geselecteerd. Ten eerste zijn het geen leiders, maar volksvertegenwoordigers. Verhofstadt laat echter geregeld ondemocratische geluiden horen. Politici horen, volgens hem, niet naar burgers te luisteren, maar moeten een visie uitdragen, en het volk achter zich scharen. Gehoorzaamt of bestaat het volk niet, dan moeten politici het volk creeren.

      Cohn-Bendit doet nog meer moeite om zichzelf belachelijk te maken. Het grootste probleem is echter het gemeenschappelijk belang van alle genomineerden, en andere betrokken bij het EEC, namelijk gemeenschappelijke Europese obligaties. Daar komen we op terug.


      8 May , 2013 : 16:30:00
     
    Nederland: Ahealthylife.nl: [ Geolocation ]   (Laatste update: maandag 13 mei 2013 22:38:21)
    • Palmolie en kokosvet bij wet verboden in België?

      Twee senatrices van CD&V (De Vlaamse christendemocratische partij), Sabine de Bethune en Cindy Franssen, hebben recent in België een wetsvoorstel ingediend om transvetten in de voeding te verbieden. Op zich een lovenswaardig initiatief, want het verband tussen transvetten en hart- en vaatziekten is wetenschappelijk bewezen. In landen als Zwitserland, Denemarken, IJsland en Oostenrijk zijn transvetten in de voeding al [...]
      Tue, 07 May 2013 12:38:13 +0000
     
    Nederland: Atoomstroom_Nieuws: [ Geolocation ]   (Laatste update: maandag 13 mei 2013 08:35:46)
    • Verjaardagsbrief aan prinses Maxima: Wordt u de beta-Koningin van Nederland?

      Prinses Máxima,

      Wij Nederlanders krijgen steeds meer angst voor wetenschap en techniek. Dit is in veel opzichten nadelig voor ons land. ‘Harde’ wetenschap is daarom aan een herwaardering toe en ik geloof dat u dat kunt bewerkstelligen. In deze brief leest u mijn pleidooi voor uw rol in een meer bèta-minded Nederland.

      Als u de krant openslaat of de tv aanzet zou u het misschien niet zeggen. Maar ieder jaar gaat het een klein beetje beter met de wereld, al decennia op een rij. We worden ouder en gezonder, het milieu wordt schoner en er is steeds minder honger. Veel landen worden niet alleen welvarender maar ook democratischer en dus humaner. Deze verheugende ontwikkeling hebben we vooral aan drie factoren te danken: wetenschap, techniek én het overvloedig voorhanden zijn van goedkope energie.

      Deze cocktail heeft ons veel gebracht: onvoorstelbare opbrengsten in de landbouw en de mooiste groenten en fruit, het hele jaar door. Medicijnen tegen voorheen ongeneeslijke ziektes en in ieder huis een ijskast. Robots die volautomatisch gevaarlijke klussen doen of onze gebruiksartikelen produceren. Mobiele telefoons die revoluties mogelijk maken en zelfs dictators op de knieën dwingen. En een Internet dat mij met een paar muisklikken in staat stelt een microkrediet te verstrekken aan een Indiase onderneemster, bijvoorbeeld via www.kiva.org.

      De eerste fase van deze technologische revolutie ging helaas gepaard met grote schade aan het milieu. Ik hoef u vast geen voorbeelden te geven. Maar sinds we ons hiervan - mede door de milieubeweging - ten volle bewust zijn, gaat het dankzij slimme ingenieurs steeds beter met onze omgeving. Zo wordt het gat in de ozonlaag kleiner, zwemt er weer zalm in de Rijn en is zure regen geen thema meer. Natuurlijk zijn er punten van grote zorg, zoals de toenemende CO2-concentratie, ontbossing en de afnemende biodiversiteit. Maar als we de ontwikkelingen van de afgelopen decennia doortrekken, kunnen we met recht optimistisch zijn over de toekomst.

      Toch heerst bij veel Nederlanders dit technologisch optimisme niet. Integendeel, techniek leidt bij velen tot angst en bezorgdheid, en het vertrouwen in ingenieurs en wetenschappers neemt af. In plaats hiervan hecht men - als het over belangrijke thema’s gaat zoals gezondheid, energie en economie - steeds meer waarde aan ‘valse’ autoriteiten: onheilsprofeten, populisten, alarmisten en antiglobalisten. Zij die het hardst roepen en de meeste media-aandacht krijgen worden geloofd, met de vaak zeer complexe waarheid als slachtoffer.

      Het gevolg is dat velen denken dat veelbelovende dna-technologie leidt tot ‘Frankenstein food’. Dat levensreddende vaccinaties autisme veroorzaken en de straling van mobiele telefoons en hoogspanningsmasten leiden tot slaapproblemen of depressies. Dat open grenzen en internationale handel niet leiden tot meer welvaart voor iedereen, maar dat ‘de Chinezen rijker worden ten koste van ons’. En dat we gemakkelijk alle kolen- én kerncentrales kunnen sluiten: energiepopulisten vertellen ons immers dat we met wind en zon ál onze elektriciteit kunnen opwekken. 

      Vooral dit laatste baart mij zorgen. Om de jaarlijkse stijging van ons elektriciteitsverbruik bij te kunnen benen zonder al te grote CO2-uitstoot zijn álle alternatieve bronnen nodig: Zon, wind en water, maar zeker ook kernenergie. Deze bijzonder krachtige technologie roept echter heftige emoties op. Door de ramp in Fukushima dreigt kernenergie zelfs op een zijspoor te geraken. Maar het zou onverstandig zijn om deze technologie met het badwater weg te gooien, ondanks de evidente nadelen. Want kernenergie kan een belangrijke CO2-vrije pijler vormen van onze toekomstige energievoorziening. Met de modernste centrales kunnen we immers veel efficiënter en veiliger energie uit atomen vrijmaken. Bovendien zit er nog een geweldig potentieel in het verder ontwikkelen van kerntechnologie.

      In China en India werkt men intussen gewoon door aan de volgende generatie hyper-efficiënte kerncentrales. Ook komen met dna-techniek veredelde gewassen steeds vaker uit het verre Oosten. In contrast hiermee roemen wij onze handelsgeest en zetten we onszelf als ‘Nederland distributieland’ op de kaart.

      Prinses Máxima, wij raken door onze onderwaardering en angst voor techniek achterop of we nemen verkeerde beslissingen. Het is daarom in het belang van ons allemaal dat we in Nederland meer bèta-minded worden. Niet alleen om wat we lezen op Internet of wat ‘experts’ ons vertellen op tv beter op waarde te kunnen schatten, en zo de juiste beslissingen te nemen. Of een afgewogen stem uit te brengen. Maar ook - en dit is zeker zo belangrijk- zullen wetenschap en technologie de oplossingen moeten aandragen voor de problemen waar de wereld nog voor staat: denk aan klimaatverandering en het vinden van vervangers voor fossiele brandstoffen. Hiervoor zijn knappe koppen nodig. Maar die kunnen alleen gedijen in een maatschappij die wetenschap en techniek omarmt.

      Helpt u mee? Uw man, onze toekomstige Koning, heeft met ‘waterbeheer’ al een bèta-thema omarmd. Hoe mooi zou het zijn als u dit als vrouwelijk rolmodel ook doet! Zo kunt u zich bijvoorbeeld als beschermvrouw verbinden aan een technische universiteit. Of jonge meiden (en jongens) stimuleren om te kiezen voor een technische studie. Wat dacht u ervan om ‘bèta-koningin’ van Nederland te worden? Mogelijkheden te over, ik help u graag die uit te werken als u dat wenst.

      Met hoge achting,

      Sjef Peeraer


      Sjef Peeraer (1971) is eigenaar van energie-innovatiebureau SP Innovation en oprichter van energieleverancier Atoomstroom

      Deze brief verscheen in het boekje "De Máxima Generatie", 40 Brieven voor prinses Máxima
      Met Máxima staat de komende jaren een hele groep veertigers aan het roer van Nederland, die we de Máxima Generatie kunnen noemen. Wat beweegt deze mensen? En wat vinden zij dat Máxima te doen staat? In dit boek schrijven veertig generatiegenoten een persoonlijke brief aan onze toekomstige koningin, met adviezen voor de toekomst. Ondernemers, politici, schrijvers, journalisten of gewoon bekende Nederlanders vertellen haar waar het op staat. Sommigen willen het koningshuis afschaffen, anderen een glas wijn met haar drinken. De een vraagt om  excuses voor het verleden van haar vader, de ander wil haar juist onbekommerd bewonderen.
      De Máxima Generatie bestaat uit vrouwen en mannen, als Ruud de Wild, Lodewijk Assher, Diederik Samsom en Sanne Wallis de Vries, die nu tussen de 35 en 45 zijn en in dezelfde levensfase zitten. Een generatie die in een welvarend Nederland leeft maar wel vanuit een stevige economische recessie nog een toekomst moet opbouwen.
      € 10,00, ISBN 978 90 5831 586 1, 176 blz. MM Boeken, veertig brieven aan Máxima

      Thu, 19 May 2011 20:48:00 +0000
    • Wind waait weg!
      Zeer verrassende berichten de laatste tijd op de wetenschapspagina van NRC Handelsblad (19-10-2010) en nrc next (21-10-2010). Vorige keer ging het om de temperatuurdaling die windmolens veroorzaken, dit keer gaat het om de vaststelling dat het op het noordelijke halfrond steeds minder hard waait.

      Verontrustend nieuws! Wind is een van onze duurzaamheidskampioenen: onuitputtelijk, gratis en geen uitstoot van voor het klimaat schadelijke gassen. Maar bij wind blijkt er toch wat bijzonders aan de hand te zijn. Van die temperatuurdaling kunnen we nog zeggen dat die niet door de wind, maar door windmolens wordt veroorzaakt. Maar dit keer gaat het dus echt om de wind zelf. En daar blijkt nu steeds minder van te zijn: de wind raakt ‘op’.

      De gemiddelde windsnelheid is hier de afgelopen 30 jaar met 5 tot 15 procent afgenomen en in Azië zelfs met 20 procent. Wetenschappers hebben – zoals het hoort – naar allerlei mogelijk oorzaken gezocht. De klimaatverandering heeft een flinke impact, maar de belangrijkste oorzaak is ‘verruwing’ van het aardoppervlak door aangroeiend bos! Juist bomen leggen tijdens hun groei CO2 vast: gemiddeld 0,7 ton per m3 hout. Hoe harder het bos groeit, en hoe langer de groei aanhoudt, des te meer CO2 er wordt vastgelegd. En des te minder wind er waait, kunnen we daar nu aan toevoegen.

      Over het afremmen van de windsnelheid door windmolens rept het artikel niet. Maar als gewone bomen al zo’n invloed hebben, kijken we toch niet vreemd op als zal blijken dat ook grote windmolenparken de wind flink afremmen? Dan zou ook windenergie zijn eigen bron ‘verstoken’! Hoe dan ook: wind is dus niet onuitputtelijk, zoals iedereen dacht.

      Wat betekent dit nu allemaal? Om te beginnen meldt een KNMI-onderzoeker dat dit voor de windmolenindustrie erg belangrijk is. Want het kan het verschil maken tussen winstgevendheid of verlies. Maar er is meer. Zoals gezegd blijkt de klimaatverandering bij te dragen aan het wegvallen van de wind. Daarmee doet zich het curieuze feit voor dat als er grootschalig op kernenergie wordt ingezet, het klimaat niet verder verandert en er meer wind blijft waaien. Genoeg om windenergie winstgevend te maken. Kernenergie als redder van windenergie, wie had dat ooit kunnen denken?
      Thu, 21 Oct 2010 11:38:00 +0000
    • Windmolens beïnvloeden het weer
      Ja, u leest het goed. Precies dezelfde kop stond op 5 oktober 2010 in NRC Handelsblad op de wetenschapspagina. Ik weet het, de wetenschap heeft momenteel even de tijdgeest tegen, zeker als het gaat om het klimaat. Niettemin: het artikel zegt dat niet alleen uit modelstudies naar voren komt dat windmolens het weer kunnen beïnvloeden, maar dat dit ook echt is waargenomen. Benedenwinds werden in op grondniveau aanmerkelijk lagere maximum temperaturen gemeten dan bovenwinds. Bovenwinds werd het wel 38°C, achter de turbine bleef het 36°C.

      Wat moeten we hier nu van denken? Nu hadden we toch een vorm van duurzame energieopwekking, die weliswaar op esthetische en financiële gronden bekritiseerd wordt, maar door velen wordt gezien als hét antwoord op de opwarming van de aarde. Dit nieuws voegt daar toch een geheel nieuwe dimensie aan toe. Maar liefst 2°C temperatuursverschil! Ik citeer Wikipedia: met name temperatuurstijgingen van meer dan 2°C zouden grote veranderingen met zich meebrengen voor mens en milieu, door zeespiegelstijging, toename van droogte- en hitteperioden, extreme neerslag en andere effecten.

      Toegegeven, die windmolenparken beslaan geen groot oppervlak. Althans, tot nu toe. Maar wat als straks de hele Noordzee vol staat met molens? Gaat er een koude westenwind waaien? Zou die wind de opwarming van de aarde kunnen vertragen? En zo ja, in welke mate? Welke consequenties zou dat hebben? Wordt het frisser in Scheveningen? Vragen, vragen, vragen.

      Nu heeft het geen pas om hier (al te zeer) af te geven op duurzame energiebronnen. Maar er gebeurt nu iets bijzonders: wind blijkt onvermoede ‘kwaliteiten’ te hebben en nader beschouwd niet klimaatneutraal te zijn. Voor kernenergie en zonne-energie zijn dit soort verrassingen in elk geval uitgebleven. Vooralsnog, want wie weet wat de wetenschap ons op dit terrein nog gaat brengen.
      Thu, 21 Oct 2010 11:32:00 +0000
     
    Nederland: Climategate.nl: [ Geolocation ]   (Laatste update: Maandag 13 Mei 2013 02:27:16 )
     
    Nederland: Earth_Matters: [ Geolocation ]   (Laatste update: Maandag 13 Mei 2013 02:27:16 )
    • Facts about the global banking machine
      (Michael Tellinger) Ubuntu party | Moving from a money-driven society to a society driven by people, their talents and their passion for life...
      12 May , 2013 : 21:06:09
    • Goodbye Indonesia
      (Top Documentary Films) In the face of state repression and international indifference West Papuan activists have been locked in a life or death
      12 May , 2013 : 15:06:56
    • De prijs van suiker
      (Forbidden Knowledge TV) Op een paar mijl afstand van de ongerepte Caribische stranden van de Dominicaanse Republiek oogsten duizenden Haïtianen onder gewapende bewakers op plantages het suikerriet, waarvan een groot deel belandt in westerse huishoudens...
      12 May , 2013 : 12:41:25
    • Waar vind je het geluk?
      (Helioscentrum | Dick Nijssen) Je hebt heerlijk gevreeen met de man/vrouw van je dromen of je hebt die te gekke motorfiets gekocht...
      12 May , 2013 : 10:23:15
    • International Dance Day Flashmob @ David Pecaut Square
      (Agus Judistira) Niet alleen het dansen, ook de filmmontage is erg goed...(Youtube) Uploaded on May 1, 2011 Canadas National Ballet Schools community members celebrate International Dance Day, April 29, 2011 at Torontos David Pecaut Square...
      11 May , 2013 : 21:28:03
    • Darfur Diaries: Message from Home
      (Top Documentary Films) Darfur Diaries: Message From Home is a brutally honest inside look into the tragedy befalling the
      11 May , 2013 : 14:46:42
    • The Peacewalker
      (Top Documentary Films) Ashin Sopaka is a
      10 May , 2013 : 14:18:53
     
    Nederland: EG_Blog_Energy: [ Geolocation ]   (Laatste update: maandag 13 mei 2013 06:52:21)
    • Nieuwe kachels in ontwikkelingslanden beschermen gezondheid en de planeet
      Ongeveer de helft van 's werelds populatie, drie miljard mensen, maken gebruik van biomassa zoals hout, houtskool, mest, steenkool of andere resten van landbouwactiviteiten als brandstof in simpele traditionele kachels of open vuren om te koken. Maar wanneer men op deze manier kookt, ademt men veel rookgassen in. Dit zorgt voor erg schadelijke gevolgen voor hun gezondheid. Het koken op dergelijke traditionele kachels of op open vuren kan verschillende acute en chronische ziektes veroorzaken, zoals longontsteking, emfyseem, cataract, longkanker, bronchitis, hart-en vaatziekten, dysmaturiteit


      Het koken met dergelijke brandstoffen in slechte kachels of open vuren leidt jaarlijks naar schatting tot zo'n 1,9 miljoen vroegtijdige sterfgevallen. Dit is dubbel zoveel als het aantal vroegtijdige sterfgevallen ten gevolgen van malaria, volgens de cijfers van de Wereldgezondheidsorganisatie. De Wereldgezondheidsorganisatie of World Health Organization (WHO) is een gespecialiseerde organisatie van de Verenigde organisaties met als doel wereldwijde aspecten van de gezondheidszorg te coördineren en de gezondheid van de wereldbevolking te bevorderen. En volgens hun informatie en data, zou het gebruik van simpele traditionele kachels of open vuren met één van de eerder vernoemde brandstoffen het vierde ergste algehele gezondheidsrisico zijn in de ontwikkelingslanden.

      Dit probleem is, op technologisch vlak, erg simpel op te lossen. De maatregel die hiertegen moet ondernomen worden is namelijk het introduceren van nieuwe kachels. Bij deze kachels moet het ontwerp zo aangepast zijn zodat er minder schadelijke rookgassen vrijkomen en dus de gezondheid van de gebruiker beschermd wordt. Al veel verschillende ontwerpers, wetenschappers en dergelijke hebben al zo'n kachels ontworpen. Bij vele van deze ontwerpen, is er speciaal aandacht besteed aan de materialen die gebruikt worden. Deze mogen uiteraard niet duur zijn en moet beschikbaar zijn voor de mensen in deze ontwikkelingslanden. Veelal kunnen deze nieuwe kachels gebouwd worden van materialen die anders als afval geschouwd worden. 

      Maar toch is het zeer moeilijk om deze kachels te introduceren. Dit komt namelijk door de schaal van dit probleem. Het gaat hier namelijk over enorm veel mensen, namelijk de helft van de wereldbevolking (3 miljard). En deze mensen in  ontwikkelingslanden leven niet allemaal samen een dezelfde buurt. Juist integendeel ze leven heel erg verspreid van elkaar en daarnaast veelal nog eens in moeilijk bereikbare regio's. Daarnaast hebben deze mensen veelal slecht een beperkte of helemaal geen toegang tot informatiekanalen zoals televisie of internet. Dus kan men deze mensen niet informeren via een van dergelijke kanalen. Indien zij wel toegang hadden tot internet of televisie, dan kunnen ze op deze manier ingelicht worden over dit probleem, de gevaren en hoe dit aan te pakken om tot een oplossing te komen. Maar aangezien ze geen toegang hebben tot internet of televisie, is het een hele opgave om deze nieuwe kachels echt tot bij de mensen in de ontwikkelingslanden te brengen. Vele hulporganisaties en dergelijke doen veel inspanningen om deze mensen te informeren van het probleem en om deze nieuwe kachels te introduceren. Veelal slagen ze hierin maar telkens bij een beperkte groep van deze mensen. Zo wordt er toch geleidelijk een vooruitgang gemaakt om dit probleem uit de wereld te helpen. 

      Maar stilaan lijkt het er volgens velen op dat we bijna een kantelpunt bereikt hebben, namelijk door de inspanningen van vele bedrijven, zoals onder andere Toyola maar ook vele andere, die zich bekommeren om de taak om deze nieuwe kachels tot de mensen te brengen. Het kantelpunt houdt in dat er versnelling komt naar een grootschalige invoering van deze nieuwe kachels. En een andere aspect bij het invoeren van deze nieuwe kachels, is dat deze niet alleen goed zijn voor de gezondheid van de gebruiker, maar ook voor de andere mensen rondom. Namelijk, in het algemeen, zorgen deze kachels ook dat de geproduceerde warmte beter 'samengehouden' wordt en dus niet zomaar verloren gaat aan de omgeving. De warmte wordt geleid naar de plaats waar het nuttig gebruikt om te koken. Daardoor is er minder brandstof nodig om een maaltijd te bereiden.

      Bij het verbranden van deze brandstoffen wordt er steeds een bepaalde hoeveelheid CO2 en andere broeikasgassen geproduceerd. Al deze gassen komen uiteraard steeds vrij in de atmosfeer terecht. Daar dragen ze bij aan de toenemend concentratie aan broeikasgassen in onze atmosfeer, met alle gevolgen van doen. Dus, de motivatie om deze nieuwe kachels te introduceren komt ook deels omwille van de bezorgdheid om het klimaat. Voor de gebruikers is zo'n nieuwe kachels ook steeds welkom aangezien deze minder brandstof verbruikt en dus zullen ze een kleinere fractie van hun inkomen, of van hun tijd indien ze zelf deze brandstoffen vergaren, moeten spenderen aan deze brandstoffen.

      Het introduceren van dergelijke nieuwe kachels bij de mensen in ontwikkelingslanden is één van de weinige maatregelen waarbij er voordelen zijn zowel op vlak van gezondheid, milieu en economie. Er zijn echt maar weinig zaken die deze eigenschap kennen. Vorig jaar in september kreeg deze zaak meer aandacht doordat de Verenigde Naties een public privaat programma startte, namelijk Global Alliance for Clean Cookstoves. Verschillende deelnemers, waaronder de VS, de VN, de regering van Denemarken, Duitsland, Noorwegen, Peru, maar ook bedrijven zoals Shell, Morgan Stanley, en hulporganisaties zoals SNV-Netherlands Development Organisation sloten zich aan bij dit programma. De eerste doelstelling van dit programma is om 100 miljoen huishoudens te helpen met het introduceren van dergelijke nieuwe kachels om eten te koken tegen 2020. Door het invoeren van deze nieuwe kachels kunnen de vrouwen en kinderen die er leven helpen aangezien deze het meest blootgesteld worden aan de schadelijke rookgassen, maar ook omdat veelal zij belast worden met de taak van het verzamelen van de brandstof die gebruikt om te koken.

      Maar, zoals eerder al vermeldt, worden niet alleen deze vrouwen en kinderen beter van deze nieuwe kachels. Doordat er minder warmte verloren gaat, dient er minder brandstof verbrandt te worden, en dus worden er minder broeikasgassen geproduceerd. Dus iedereen heeft er ook een beetje baat bij. De broeikasgassen, geproduceerd in ontwikkelingslanden tijdens het verbranden van biomassa en dergelijke voor te koken, zouden naar schatting verantwoordelijk zijn voor zo'n 2,5% à 10% van toename van de concentratie aan broeikasgassen in onze atmosfeer.

      Momenteel bestaan er erg veel verschillende ontwerpen voor dergelijke nieuwe kachels. Eén van deze ontwerpen zorgt ervoor dat de kachel slecht 10% van het oorspronkelijke hoeveelheid broeikasgassen uitstoot en de prijs bedraagt rond zo'n $100. Maar zelfs wanneer de uitstoot van broeikasgassen en andere schadelijke gassen in mindere mate gereduceerd wordt, toch is uit onderzoek gebleken dat er dan toch al een grote verbetering is voor de gezondheid van de gebruiker. Zo heeft het bedrijf Toyola een kachel ontworpen die de uitstoot van broeikasgassen beperkt tot 40% van het oorspronkelijk en de kostprijs bedraagt slechts $7. Momenteel heeft Toyola al 140.000 van dergelijke kachels verkocht in Ghana sinds 2006. Van deze 140.000 werden er 51.000 vorig jaar verkocht.

      De vestiging van Toyola ligt slechts een 15 kilometer buiten het centrum van Accra, de Ghanese hoofdstad. Daar wordt schroot en metaalafval ingezameld om er kachels van te maken. Daar in dat gebouw wordt dat schroot ombouwen tot mooi zwarte kachels. Ondertussen werken er al zo'n 200 arbeiders voor Toyola. In het begin, bij de oprichting van deze onderneming, geloofde er niemand in dat dit zo'n succes zou worden. De meesten dachten dat dit uiteindelijk een grote mislukking ging worden. En daarom wou ook geen enkele van de lokale banken investeren in deze onderneming. De oprichter slaagden er niet in om kapitaal loskrijgen om te investeren in Toyola. 

      Suraj Wahab, één van de oprichters van Toyola, vertelt dat toen hij het idee kreeg voor Toyola, hij niet enkel een 'pot' zag om kolen in de verbranden en eten te koken. Maar wat hem echt overhaalde om deze onderneming op te richten was de markt van 4 miljoen Ghanesen die deze kachels zouden kunnen gebruiken en er beter van worden. Dit zorgde ervoor dat hij er zoveel tijd en energie in stak op Toyola van de grond te krijgen. E+Co, de Amerikaanse 'niet-gouvernementele organisatie', dat investeert in duurzame energie projecten in ontwikkelingslanden, zag het potentieel in het idee van Wahab en Toyola. En investeerde in Toyola en hielp mee om de onderneming naar een grotere schaal van opereren te brengen.

      Maar nu worden de kachels aan de lopende band verkocht aan de bevolking in de regio. Momenteel is de onderneming heel sterk aan het groeien doordat de kachels echt een succes zijn bij de lokale bevolking. De mensen kunnen zelfs dergelijke kachels kopen op krediet, dan komt er wel een aantal dollars bij in de kostprijs, als wijze van interest voor het verleende krediet. Voor de komende jaren wordt er enkel nog een groter succes verwacht.




      Extra informatie:
      Amy Smith, ingenieur aan MIT, is gepassioneerd om machines, systemen en producten te ontwerpen waarmee 's werelds grootste problemen aangepakt kunnen worden. Uiteraard situeren veel van deze problemen zich in de ontwikkelingslanden. Dit heeft ervoor gezorgd dat haar werk in het bijzonder is om deze mensen die daar leven te helpen en om hun leven beter en aangenamer te maken. 



      Geschreven door Emile Glorieux, bron [news.nationalgeographic]


      Mon, 07 Mar 2011 05:00:00 +0000
    • Kan de Stirling motor nog doorbreken?
      Deze post is een eerste deel in een reeks van twee artikelen over de Stirling motor en over de toekomst en nieuwe ontwikkelingen omtrent dit type motoren. De volgende post, die binnenkort zal gepost worden, is dan het tweede artikel van deze reeks en bouwt verder op dit artikel.   

      Indien de eerste ontwikkelaars van de auto hadden geopteerd voor een Stirling motor in plaats van een Otto of een Diesel motor, dan hadden we nu allemaal rondgereden in wagens die veel efficiënter werken en minder vervuilende gassen produceren. Maar een aantal zaken in de evolutie van de auto zorgden ervoor dat de Stirling geen interessant alternatief was voor de motor in auto's. In het algemeen heeft de Stirling motor een aantal voordelen, namelijk is de werking van deze motor een stuk efficiënter dan de Otto en de Diesel motor. Daarnaast kan de Stirling motor werken met een heel veel verschillende soorten brandstoffen. 


      De Stirling motor is in tegenstelling tot andere voertuigmotoren een externe verbrandingsmotor, de Otto en de Diesel motor zijn allebei interne verbrandingsmotoren. Het feit dat de verbranding hier nu extern gebeurt, kan men er beter voor gaan zorgen dat er minder schadelijke verbrandingsgassen gaan ontstaan tijdens de verbranding van de brandstof. Ondanks het feit van dat de verbranding extern gebeurt, dit voorkomt niet dat er een heleboel CO2 ontstaat. Maar doordat het rendement groter is, is de CO2-uitstoot van een Stirling motor per hoeveelheid nuttige energie een stuk kleiner dan bij een Otto of Diesel motor. In een Otto en een Diesel motor vinden er steeds ontploffingen plaats, maar in een Stirling motor is dit niet het geval, waardoor een Stirling motor ook heel wat minder lawaai maakt.

      Een Stirling motor wordt ook wel eens een heteluchtmotor genoemd, dit omdat in deze motor er gebruik gemaakt wordt van de expansie van lucht of andere gassen door verhitting en de contractie ervan bij afkoeling. Het principe van deze motor werd bedacht door Robert Stirling, een Schotse dominee. Hij had van jongs af aan belangstelling voor techniek en wetenschap. Hij maakte zich zorgen om de arbeiders en de gevaren waaraan zij blootgesteld waren door het gebruik van stoommachines in de fabrieken. In de tijd dat Robert Stirling leefde, aan het begin van de 19de eeuw, was er nog geen plaatstaal beschikbaar van hoge kwaliteit, en daarom gebeurde het wel eens dat er een stoommachine ontplofte. En wanneer dit gebeurde, dan vielen er vaak gewonden onder de arbeiders die er aan het werk waren. Daarom besloot Robert Stirling om het ontwerp van een al bestaand type luchtmotor te optimaliseren in de hoop een veiliger alternatief te bekomen voor de stoommachines in de fabrieken van toen.

      Binnen een jaar na zijn eerste ontwerp, had hij al verdere verbeteringen bedacht. Namelijk de 'heat economiser', dit is een regenerator die ervoor zorgt dat er minder warmte verloren gaat naar de omgeving en dus dat er uiteindelijk minder brandstof verbruikt wordt. In 1817 kreeg hij een patent op zijn ontwerp voor de luchtmotor en op een luchtmotor met een ingebouwde regenerator. Het duurde daarna nog tot 1818 tot dat hij zijn eerste praktisch bruikbare versie van zijn ontwerp heeft gebouwd, deze werd gebruikt om water uit een steengroeve naar boven te halen.

      In de Stirling motor bestaat steeds uit een warme ruimte of cilinder en een koude ruimte of cilinder. Daarnaast is er een zuiger of een ander mechanisme, die ervoor zorgt dat lucht heen en weer beweegt tussen deze warme en koude ruimte. Als de lucht zich in de warme ruimte bevindt, dan zal deze opwarmen en expanderen. En doordat tijdens het expanderen er dus een grote volume ingenomen zal worden, wordt er daarbij arbeid verricht op een zuiger in deze warme ruimte. Eenmaal de expansie heeft plaatsgevonden, verplaatst deze lucht zich terug naar de koude ruimte. Daar wordt de lucht afgekoeld en gaat deze terug krimpen.

      De geïdealiseerde Stirling cyclus bestaat uit vier thermodynamische processen die op het gas werken. Namelijk wordt in de eerste stap de lucht in de koude cilinder gecomprimeerd, dit proces gebeurt isotherm, wat wil zeggen dat de temperatuur constant blijft gedurende dit proces. De gegenereerde warmte tijdens deze compressie wordt onmiddellijk afgevoerd uit de koude cilinder. Aan het einde van deze stap is het volume van de lucht, die zich nu in de koude cilinder bevindt, een stuk kleiner. Daarnaast is de druk wel veel hoger en de temperatuur is dezelfde als voordien. In de tweede stap verplaatst de lucht zich van de koude naar de warme cilinder. Bij deze transfer verandert er op het eerste moment niet aan de toestand van de lucht. Maar eenmaal in de warme cilinder, begint de lucht op te warmen. De temperatuurstijging van de lucht verloopt isochoor. Dit wil zeggen dat het volume van de lucht onveranderd blijft. Tijdens het isochoor opwarmen van de lucht, stijgt de temperatuur en de druk van de lucht. 

      Nadat de lucht opgewarmd is, zorgt de hoge druk ervoor dat de zuiger in de warme cilinder naar achteren wordt geduwd. Nu expandeert de opgewarmde lucht en gaat het dus een groter volume innemen. Deze expansie gebeurt isotherm want aangezien de lucht zich in de warme cilinder bevindt blijft de temperatuur constant. Het is tijdens dit proces dat er arbeid geleverd wordt door de motor, die daarna nuttig gebruikt kan worden. Eenmaal de expansie heeft plaatsgevonden, beweegt de zuiger in de warme cilinder terug helemaal naar boven waardoor al de lucht terug naar de koude cilinder gaat. Tijdens de overgang van de lucht van de warme naar de koude cilinder, verandert er niets aan de fysische toestand van de lucht. In de koude cilinder koelt de lucht af. Dit gebeurt terug bij een constant volume. En als de lucht terug afgekoeld is, dan bevindt de lucht zich terug in de begintoestand en kan de volgende cyclus starten.

      Later werd er ook nog een regenerator aan de Stirling motor toegevoegd. Dit is een interne warmtewisselaar voor tijdelijke warmte opslag tussen de warme en de koude cilinder. Op het einde van de cyclus verplaatst de warme lucht zich van de warme cilinder naar de koude cilinder en daar koelt die af. Maar nu wordt deze lucht door de regenerator geleidt, waar het zijn warmte kan afgeven en dus al afkoelt voordat het in de koude cilinder terecht komt. En bij de volgende cyclus, wordt de koude lucht die naar de warme cilinder verplaatst wordt, eerst door de regenerator geleidt. Daar neemt de lucht de eerder afgegeven warmte weer op en warmt het dus al op voordat het in de warme cilinder terecht komt. Op deze manier gaat er minder warmte verloren tijdens het afkoelen van de warme lucht in de koude cilinder. En omgekeerd in ook waar, zo is er dus minder warmte nodig in de warme cilinder om de lucht op te warmen. Dit is het algemeen principe voor een Stirling motor. Er bestaan namelijk wel verschillende uitvoeringen, maar deze zijn uiteraard allemaal gebaseerd op dit principe.

      Ondanks dat hun werking veel efficiënter en flexibeler is, toch is de Stirling motor (nog) niet in algemeen gebruik. Hoewel grote bedrijven zoals NASA, Philips en General Motors er al miljoenen aan geld in gestopt hebben. Dit heeft gezorgd voor zeer innovatieve oplossingen voor steeds dezelfde zwakke punten van de Stirling motor. Deze zijn namelijk dat de Stirling motor niet echt geschikt om te werken met een variërend toerental en vermogen. Deze motor werkt uitstekend bij een vast toerental en vermogen, maar dit resulteert erin dat hij niet snel kan accelereren. En een tweede zaak, is dat bij grote vermogen de Diesel en Otto motor wel een hoog rendement kunnen behalen en kunnen ze het rendement van de Stirling motor evenaren.

      Daarnaast lijkt het er sterk op dat het nu te laat is voor de Stirling Motor om nog een grote doorbraak te maken in de transportwereld. Momenteel worden vele nieuwe technologieën naast verbrandingsmotoren onderzocht en overwogen. Dus er kan misschien wel gezegd worden dat het veel te laat is voor de Stirling motor om succes te hebben, zelfs ondanks alle veelbelovende eigenschappen van de theorie achter deze motor. 

      Geschreven door Emile Glorieux

      Mon, 28 Feb 2011 05:00:00 +0000
    • Deskundigen bekritiseren bewijsmateriaal over 'lek' in 's werelds grootste CO2-opslaglocatie
      The Weyburn-Midale Carbon Dioxide Project is sinds 2008 's werelds grootste project voor de opvang en opslag van CO2. Het project vindt plaats in Midale, Saskatchewan, Canda. Dit project komt voort vanuit internationale samenwerkingsverbanden om er wetenschappelijke studie uit te voeren omtrent de mogelijkheden van de afvang en opslag van CO2. Het is er de bedoeling om CO2 op te slaan onder de grond op plaatsen waar er voorheen olie zat. Via die onderzoeksproject wil men data gaan verzamelen om meer inzicht te verkrijgen in hoe men CO2 ondergronds kan gaan opslaan. En wat er allemaal moet gedaan worden om de opslag van het CO2 op lange termijn te verzekeren. In 1954 heeft men ontdekt dat er olie onder grond zat in Midale, Saskatchewan. Naar schatting zat er in totaal zo'n 1,4 miljard vaten olie onder de grond daar.

      De conventionele ontginning van olie uit een olieveld verloopt steeds via een aantal verschillende stages. Eerst in het begin van de ontginning van olie uit een 'nieuw' olieveld, is de druk in de olie erg groot. Dit zorgt ervoor dat men enkel maar een gat moet boren tot in het olieveld. De druk van de olie zorgt er dan vanzelf voor dat de ruwe aardolie naar het oppervlak komt. Er zijn dus in het begin geen extra inspanningen nodig om de aardolie naar boven te halen. Maar na een tijdje, wanneer er al een bepaald gedeelte van het olieveld naar boven is gehaald, neemt de druk in de olie af. En op een gegeven ogenblik wordt deze druk te klein en komt de aardolie niet meer 'vanzelf' tot aan het oppervlak.

      Om het olieveld verder te gaan ontginnen moeten er extra inspanningen geleverd worden. Hiervoor bestaan er al een heel reeks van technieken. Een van de strategieën is om ervoor te zorgen dat er opnieuw voldoende druk in het olieveld is, zodat zo de aardolie naar het oppervlak kan komen. In het olieveld van Midale moest men vanaf 1970 beginnen met het toepassen van dergelijke technieken omdat de druk in het reservoir te sterk was afgenomen. Zo hebben ze het reservoir laten 'overstromen'. Wat zoveel wil zeggen dat ze water onder hoge druk hebben geïnjecteerd in de boorputten. Het water zorgt ervoor dat de druk in het reservoir opnieuw toeneemt en omdat olie lichter is dan water, blijft de olie drijven op het water en komt het zo eerst terug naar boven.

      In 2000 is men ook met nog een andere techniek begonnen om de druk in het reservoir opnieuw te gaan opdrijven. Namelijk zijn ze dan grote hoeveelheden CO2 gas gaan injecteren in het olieveld, ongeveer zo'n 5000 ton per dag. Het gas wordt aangevoerd via een 320 kilometer lange pijpleiding van een bruinkoolcentrale waar er ook onder andere synthetische brandstoffen geproduceerd worden. Het CO2 wordt er afvangen met een filterinstallatie en zo voorkomt men dat al dit CO2 anders vrij in de atmosfeer terecht komt. Door de injectie van het CO2 wordt er verwacht dat er in totaal zo'n 220 miljoen vaten olie extra zullen geproduceerd kunnen worden. Sinds de ontdekking van het olieveld in 1954, zijn er in totaal al zo'n 500 miljoen vaten olie geproduceerd. En dus is de extra productie die mogelijk gemaakt wordt door de injectie van CO2 toch wel opmerkelijk groot. Er wordt verwacht dat de CO2 injectie ervoor zal zorgen dat het olieveld zo'n 20 à 25 jaar langer 'actief' zal zijn en de totale olieproductie van he olieveld met ongeveer 34% gestegen is met de CO2 injectie.

      De olie die geproduceerd wordt vanuit de olievelden van Midale, zullen wanneer ze gebruikt worden voor energieproductie, CO2 gaan uitstoten in de atmosfeer. Maar doordat CO2 wordt vastgelegd, kan er gezegd worden dat niet alle CO2 van de geproduceerde olie niet in atmosfeer terecht komt. Want een deel wordt opgeslagen in het reservoir. Indien men het gehele proces van de olieproductie uit de olievelden van Midale bekijkt en deze vergelijkt met die uit andere olievelden, kan er gezegd worden dat er bij de olie uit Midale, één derde minder CO2 uitgestoten in de atmosfeer wordt dan bij andere olievelden.

      Vele wetenschappers en ingenieurs stellen dat het afvangen en opslaan van, CO2 geproduceerd uit fossiele brandstoffen een van de wapens is voor het bestrijden de toenemende concentratie aan broeikasgassen en de daaruit volgende van de klimaatverandering. Maar de technologie van CCS (Carbon Capture and Sequestration), voert momenteel nog een harde strijd tegen de publieke perceptie. Ook is het chemisch proces voor het afvangen van CO2 enorm duur. En om dan nog niet spreken van het prijskaart van het netwerk van pijpleidingen die aangelegd moet worden om het gas op de gewenste locatie te krijgen. Maar wanneer men nu 'voldoende' geld zou besteden, kan dit ervoor gaan zorgen dat grotere kosten vermeden kunnen worden. Namelijk de kost van de verdere klimaatverandering. Momenteel is er wel nog onduidelijkheid over de veiligheid omtrent de ondergrondse opslag van CO2. Vooraleer men dit op grote schaal wil gaan invoeren moet er eerst zekerheid zijn over of, en voor hoe lang, de CO2 daar onder de grond zal blijven.

      In een rapport dat recent werd uitgebracht door een onafhankelijk geochemisch consultingbedrijf werd geconcludeerd dat er CO2 lekt uit de oliereservoir van de olievelden in Midale. In het rapport wordt er alarm geslagen over een aantal verontrustende verschijnselen rondom de olievelden. Het rapport komt uit van een onderzoek van een reeks bodemmonsters, die ze geanalyseerd hebben. De analyse van deze bodemmonsters toonde aan dat er erg hoge concentraties aan CO2 voor komen in de grond. En uiteraard het eerste vermoedens is dat deze hoge concentraties veroorzaakt wordt door het gebruik van CO2 in de olieputten.

      Maar op 19 januari, heeft een groep wetenschappers een rapport als reactie op het vorige rapport uitgegeven waarin in waarschuwen dat er geen of te weinig aanwijzingen zijn om te zeggen dat er een link is tussen de hoge concentratie aan CO2 in de bodem en de opslag van CO2 in de olievelden. Nu is er een soort van een heen en weer gesprek tussen beide partijen, langs de ene kant het consultingbureau die de analyse van in het eerste rapport uitvoerde en langs de andere kant is er de groep wetenschappers die de besluiten van in het eerste rapport niet geloofwaardig en onvolledig beschouwen. Het uiteindelijk resultaat, namelijk of dat er wel of niet CO2 lekt uit de olievelden, is van groot belang voor de toekomst van deze technologie. Aangezien dat het project in Midale een soort van proefproject is voor deze technologie en men er data wil verzamelen over de betrouwbaarheid en de mogelijkheden van de opslag van CO2 in olievelden.

      De onderzoekers van het consultingbureau duiden erop dat de 'chemische handtekening' van de CO2 die ze teruggevonden hebben in de bodemmonsters erg gelijkaardig is aan die van de opslagen CO2 onder de grond. Een andere data die ze een belangrijke indicatie vinden voor hun conclusies is dat de over het volledige terrein een abnormaal hoge concentratie aan CO2 in de bodem hebben opgemeten. De onderzoekers stellen dat ze kunnen besluiten uit deze twee data/cijfers, dat de hoge concentratie aan CO2 in de bodem voortkomt van de opslag van CO2 in de olievelden.

      Steve Whittaker, Ph.D. in Geologie, verteld dat de onderzoekers van het consultantbureau de resultaten van het analyse 'overinterpreteren'. Hij verteld dat ondanks dat de 'chemische handtekening' van de CO2 in de bodem overeenkomt met dat van het CO2 dat er opgeslagen wordt, men nog niet met zekerheid kan zeggen dat het dan afkomstig is van de opgeslagen CO2. Hij verteld dat, bij vorig onderzoek dat hij heeft uitgevoerd, er CO2 gevonden is dat een gelijkaardige 'chemische handtekening' had als dat van het CO2 in de bodemmonsters van het consultantbureau, maar dat het CO2 dan afkomstig was van natuurlijke processen. Dus, ondanks dat de 'chemische handtekening' erg gelijkaardig is, toch kan men niet met zekerheid zeggen dat het hier gaat om CO2 die van dezelfde bron afkomstig is.

      Daarnaast duidt Whittaker er ook op dat de onderzoekers geen goede basiswaarde ter beschikking hebben waarmee ze de resultaten van hun analyse kunnen vergelijken. Namelijk vergelijken ze de resultaten van hun analyse met waardes over het CO2 gehalte in de aarde uit het oliereservoir, dat zo'n 1,5 kilometer onder de grond ligt. Deze waardes gebruiken ze als basiswaarde van toen men nog geen CO2 injecteerde in het olieveld. En dus vergelijkt men er aarde dat van diep onder de grond komt met aarde dat aan het oppervlak ligt. Maar uiteraard is het niet echt correct om deze twee waardes te vergelijken en dan uitspraken te doen over veranderingen van de CO2 concentratie in de aarde aan het oppervlak.

      Hij is het wel eens dat de CO2 concentratie er abnormaal hoog zijn, maar het is niet de eerste keer dat dergelijke concentraties opgemeten zijn. De CO2 concentratie in de bodem is afhankelijk van een heleboel zaken en vooral van andere kenmerken van de bodem. Maar omdat men geen goede basiswaarde heeft om de meetresultaten te vergelijken, kunnen er nog geen wetenschappelijke uitspraken gedaan worden over de oorzaak van deze hoge concentraties. Men heeft nu enkel abnormale waardes opgemeten maar men heeft nog niets van informatie over de trend van de CO2 concentratie. En om zeker te zijn of dat de abnormaal hoge concentratie echt afkomstig is door de injectie van CO2 in het oliereservoir, moet er informatie ter beschikking zijn over de trend van deze waarde van de CO2 concentratie over de afgelopen decennia, en best nog van voor er CO2 geïnjecteerd werd. Indien het CO2 afkomstig is van de injectie in de oliereservoirs, dan is momenteel een groot mysterie hoe dat het gas van 1,5 kilometer diep naar boven is gekomen.

      Er moet dus nog veel meer data verzameld worden en extra onderzoek uitgevoerd worden om betrouwbare uitspraken te kunnen doen over de hoge CO2 concentratie in de bodem rondom de olievelden in Midale.

      Geschreven door Emile Glorieux, bron [scientificamerican]

      Mon, 21 Feb 2011 05:00:00 +0000
    • CO2-afvang & -opslag project in China krijgt veel belangstelling
      De grote hoeveelheid broeikasgassen die er jaarlijks uitgestoten worden door de mens dreigen een steeds groter probleem te worden. Momenteel wordt er jaarlijks ongeveer zo'n 22 gigaton (22 . 10^9 ton) CO2 uitgestoten door de mens. Omdat men nog niet exact kan voorspellen wat de gevolgen zullen zijn van deze extra hoeveelheid broeikasgassen in de atmosfeer heeft het een tijdje geduurd vooraleer men er echt aandacht is aan beginnen geven. Maar er kan wel gezegd worden dat de laatste jaren er steeds meer en meer belang aan gehecht wordt.



      En hiermee is men beginnen zoeken naar manieren om deze uitstoot van broeikasgassen te reduceren. Eén van deze manieren waarmee men dit wil bereiken is via de ontwikkeling van een nieuwe technologie die belet dat er steeds meer broeikasgassen (voornamelijk dan CO2) in de atmosfeer zullen terecht komen. Deze kreeg de naam CO2-afvang en -opslag ofwel Carbon Capture and Storage (CCS). Het algemene idee hierachter is om het CO2, die ontstaat tijdens de verbranding van fossiele brandstoffen niet zomaar vrij in de atmosfeer te gaan uitstoten. Maar daarvan zou het gas opgevangen worden en opgeslagen worden. Met deze technologie zou men theoretisch fossiele brandstoffen "klimaatneutraal" gebruikt kunnen worden. Of anders gezegd kan hiermee ervoor zorgen dat het gebruik van fossiele brandstoffen geen impact meer zou gaan hebben op het klimaat. Het doel van deze technologie kan eigenlijk ook gezien worden als een poging om het vermogen van de aarde om CO2 vast te leggen artificieel te gaan verhogen. Dit omdat het afgevangen CO2 gas ook ergens moet opgeslagen worden.

      Het opvangen van het CO2 kan in principe gedaan worden bij allerhande processen, voornamelijk dan bij energieprocessen waarbij er fossiele brandstoffen verbrand worden. Maar dit is ook mogelijk bij andere industriële processen zoals bijvoorbeeld bij cementproductie, kunstmestproductie, of staalproductie. Bij deze processen wordt er namelijk ook een heleboel CO2 geproduceerd en momenteel komt die allemaal vrij in de atmosfeer terecht. CCS helpt rechtstreeks in tegen klimaatverandering, namelijk het beperkt de hoeveelheid CO2 er in de atmosfeer terecht komt. En in plaats van in de atmosfeer wordt het gas opgeslagen. Algemeen wordt CCS gezien als een soort van tussenoplossing voor tijdens de transitie naar een volledig duurzame energiemix. CCS zou kunnen helpen om de mens meer tijd te geven om deze transitie te doorlopen. Fundamenteel zijn er twee soorten uitwerkingen mogelijk van het principe van CCS. Namelijk kan het CO2 op twee plaatsen afgevangen worden in de proces van energieproductie uit fossiele brandstoffen. Deze twee plaatsen zijn ofwel voor de verbranding of na de verbranding van de fossiele brandstof.

      Wanneer men het CO2 wil afvangen voor de verbranding dan moet de fossiele brandstof, die dient als grondstof voor de energieproductie, voor het verbrandingsproces bewerkt worden. Namelijk moet de fossiele brandstof eerst omgezet worden in syngas. Syngas of SNG is een gasmengsel dat koolstofmonoxide (CO) en waterstofgas (H2) bevat. Men kan syngas verkrijgen door een fossiele brandstof te verbranden in een zuurstofarme omgeving en stoom te gaan toevoegen tijdens dit proces. Simpel uitgelegd is het doordat bij de verbranding van de fossiele brandstof er een tekort is aan zuurstof zullen er zuurstofatomen 'ontrokken' worden van de watermoleculen. Het zuurstofatoom gaat reageren met de koolwaterstoffen van de fossiele brandstof en zo wordt er koolstofmonoxide (CO) gevormd. Van de watermoleculen zijn de zuurstofatomen verdwenen waardoor er enkel nog waterstofatomen overblijven, en twee zo'n atomen samen vormen waterstofgas. Eenmaal het syngas gevormd is, dan kan men het koolstofmonoxide gaan afscheiden onder de vorm van CO2. En zo verkrijgt men een gas dat nagenoeg enkel maar waterstofgas bevat. Dit waterstofgas kan dan gebruikt worden voor energieproductie. En wanneer men het waterstofgas verbrandt (oxideert), dan wordt er enkel maar water gevormd en geen CO2. Dus kunnen de restgassen vrij in de atmosfeer uitgestoten worden zonder kwalijke gevolgen.

      Wanneer men het CO2 wil afvangen na de verbranding dan gaat het proces op een compleet verschillende manier in zijn werk. Dan moet de fossiele brandstof geen voorbehandeling ondergaan. De fossiele brandstoffen worden dan verbrand net zoals dit gedaan wordt zonder CCS. Maar nu worden de rookgassen die ontstaan tijdens de verbranding niet zomaar uitgestoten in de atmosfeer. Deze gassen worden na de verbranding eerst gewassen in een gaswasser. In een gaswasser wordt er gebruik gemaakt van absorptie om de rookgassen te ontdoen van CO2. Dit wordt gedaan met speciaal ontwikkelde absorbenten die het CO2 op nemen en daarna weer kunnen afgeven op een andere locatie en in andere omstandigheden. Dit laat dus toe om deze absorbenten te hergebruiken.

      Tot nu toe heeft deze technologie zijn grote doorbraak nog niet gekend. En dit is hoofdzakelijk te wijten aan het feit dat het relatief veel kost. Uiteraard is de meerkost voor de opvang en opslag van de geproduceerde CO2 afhankelijk van welke fossiele brandstof er gebruikt wordt bij de energieproductie. En daarnaast is de kostprijs ook afhankelijk van welke technologie er gebruikt wordt bij de energieproductie. Indien men CCS zou doorvoeren bij de bestaande elektriciteitscentrale waarbij er gebruik gemaakt wordt van fossiele brandstoffen dan zou de kostprijs van de geproduceerde elektriciteit enorm gaan stijgen. Naar schatting zou de kostprijs per kilowattuur van de elektriciteit van een steenkoolcentrale tussen de 60% en 230% gaan toenemen, en voor een aardgascentrale tussen de 40% en 70% wanneer men de geproduceerde CO2 wil afvangen en opslaan. Deze toename van de kostprijs is echt aanzienlijk ligt hoogstwaarschijnlijk aan de oorzaak van het uitblijven van een echte doorbraak van deze technologie. Daarnaast is er in het algemeen ook een publieke afschuw voor de opslag van CO2 nabij bewoonde gebieden.

      Maar nu blijkt er toch een manier te zijn om de opvang en opslag van CO2 te realiseren tegen een aanvaardbare kostprijs. Namelijk is men er in China blijkbaar in geslaagd om dit te realiseren. De Shidongkou No. 2 is een elektriciteitscentrale nabij Sjanghai die gebruikt maakt van steenkool voor de productie van elektriciteit. Deze centrale heeft een capaciteit van ongeveer 1320 megawatt. En momenteel is heeft men er ook een installatie bijgebouwd waarmee het geproduceerde CO2 afgevangen kan worden. Het systeem zou jaarlijks 120.000 ton CO2 uit slechts 3% uitlaatgassen van de centrale kunnen halen. Deze hoeveelheid is inderdaad relatief gezien niet zo veel, namelijk bedraagt dit 0,000545% van de totale jaarlijks CO2 uitstoot door de mens. Maar wat wel erg opmerkelijk is aan deze installatie is de prijs waartegen dat de CO2 uit de rookgassen gehaald kan worden. Per ton CO2 zou het 'slechts' $30 à $35 kosten. Dit is een heel stuk lager dan wat men voordien steeds had verwacht, namelijk dat het voor een steenkoolcentrale ongeveer tussen de $66 à $135 per ton CO2 zou kosten. En daarom kreeg de installatie bij de Shidongkou No. 2 elektriciteitscentrale heel veel aandacht.

      Bij eerdere projecten lag de kostprijs steeds veel hoger dan bij Shidongkou No.2. En daarom kijkt iedereen vol bewondering naar de technologie die men daar gebruikt. Deze technologie zal wellicht 'het' hulpmiddel worden voor steenkoolcentrales om te zorgen dat hun impact op de klimaatverandering sterk verminderd. Indien men van plan is om deze technologie te gaan exporteren naar andere steenkoolcentrales dan lijkt het erop dat CCS veel eerder zijn grote doorbraak zal maken dan dat men origineel had verwacht. Veel experts zijn enorm geïnteresseerd om erachter te komen hoe de Chinezen dit voor elkaar gekregen hebben.

      Deze CCS installatie volgt het principe van het afvangen van het CO2 na de verbranding van de fossiele brandstoffen. De rookgassen die ontstaan tijdens de verbranding, die rijk zijn aan CO2, worden eerst door een vat, met daarin een amine gebaseerd solvent geleid. Dit solvent reageert met de rookgassen en neemt zo het CO2 in de rookgassen op. Het solvent wordt daarna, eenmaal het een bepaalde hoeveelheid CO2 heeft opgenomen, afgevoerd naar een ander vat. Daar wordt het opgewarmd en hierdoor wordt het opgenomen CO2 weer afgegeven en zo kan men het solvent opnieuw gaan gebruiken om terug CO2 te afvangen uit de rookgassen van de centrale. De CO2 die eerst opgenomen en daarna weer is afgegeven door het solvent kan dan gebruikt worden voor bepaalde toepassingen of opgeslagen worden. Normaal gezien nam dit proces zo'n 25% van de geproduceerde energie van een steenkoolcentrale op. Dit is een opmerkelijk aandeel waardoor maar weinig centrales maar weinig interesse hadden voor de technologie. Maar bij de installatie van Shidongku No.2 wordt er niet zo'n groot aandeel van de geproduceerde energie gebruikt voor het afvangen van de CO2. De kostprijs voor het zuiveren van de afgevangen CO2 ligt zo'n 5 maal lager bij de Chinese elektriciteitscentrale, namelijk bedraagt deze zo'n $20 per ton.

      Wat er juist voor zorgt dat de kostprijs van de afvang van het CO2 zoveel lager ligt is tot nu toe nog steeds onduidelijk voor de buitenwereld. Sommige wetenschappers die onderzoek voeren naar CCS in de VS vermoeden dat dit simpelweg komt doordat in China zaken zoals goedkopere arbeidskracht en minder druk door de regelgevers aan de oorzaak ligt. En andere oorzaak die aan de oorzaak zou kunnen liggen van de lagere kostprijs is het feit dat alles omtrent de 'steenkool-industrie' goedkoper is in China. Gemiddeld zou alles wat met steenkool te maken heeft in China slechts één derde kosten van wat normaal gezien kost in de VS. Uiteraard zal de prijsreductie niet alleen voortkomen uit deze zaken. Namelijk zal er ook wel technologische vooruitgang geboekt zijn bij de ontwikkeling van de CCS installatie van Shidongkou No.2. Maar er is dus nog een relatief grote onzekerheid over hoeveel van de kostprijsreductie er afkomstig is van de technologische vooruitgang en hoeveel van de andere zaken.

      Shidongkou No.2 is niet de eerste elektriciteitscentrale in China die uitgerust wordt met een installatie voor de afvang CO2. In China is men er al een tijdje mee bezig om de technologie van CCS verder te ontwikkeling voor commercieel gebruik. En ondanks dit wordt China toch nog veel gezien als de grote boosdoener op het vlak van de bestrijding van de klimaatverandering. Tot nu toe is het steeds een leuke statistiek geweest dat "er in China zo ongeveer elke twee weken een nieuwe elektriciteitscentrale bijkomt, en dan hoofdzakelijk steenkoolcentrales". Maar wat men er veelal vergeet bij te zeggen is hoeveel centrales er gesloten worden in China. Namelijk is het één van China's prioriteiten om zoveel mogelijk te gaan besparen op steenkool, zodat ze nog zo lang mogelijk weg kunnen met de voorraad waar ze nu nog over beschikken. Daarnaast worden de verbrandingsgassen in China een steeds groter wordend probleem, namelijk doordat deze zorgen voor zure regen en heel smog in de steden. Daarom heeft het er veel belang bij om de technologie voor de opvang en opslag van CO2 verder te gaan ontwikkelen en invoeren.

      Geschreven door Emile Glorieux, bron [nature]

      Thu, 10 Feb 2011 05:00:00 +0000
    • Een manier om de intelligente netwerken nog slimmer te maken
      Smart Grid ofwel intelligent elektriciteitsnetwerk is zowat de naam voor wat de update van het huidige elektriciteitsnet zou moeten worden. Het huidige elektriciteitsnet laat enkel toe om elektrische energie uit te sturen vanuit een centraal punt, namelijk vanuit een grote elektriciteitscentrale. Vanuit dit centraal punt vertrekt er dus een netwerk van elektrische kabels naar de vele aangesloten gebruikers. Ons huidige elektriciteitsnet dat in het algemeen wisselspanning vervoert, is het resultaat van een graduele evolutie.



      Het is de Servisch-Amerikaanse uitvinder, elektrotechnicus en natuurkundige Nikola Tesla die aan de basis ligt van het oorspronkelijk ontwerp van ons elektriciteitsnet. Hij is zowat ongeveer dé uitvinder van de meeste belangrijke componenten, die ook vandaag nog gebruikt worden bij het elektriciteitsnet. Deze apparaten waren in rudimentaire vorm echter meestal al voor Tesla's tijd ontwikkeld door eerdere ingenieurs maar Tesla's grootste verdienste was dat hij het wisselstroomprincipe veel verder ontwikkelde en bijna alle benodigde infrastructuur om een op wisselstroom gebaseerd en betrouwbaar elektriciteitsnet op te zetten zelf uitvond of bestaande apparaten sterk verbeterde. Tesla was tijdens zijn leven al reeds een bekend en beroemd geleerde - merkwaardig want vele wetenschappers worden pas bekend na hun overlijden - maar verloor veel prestige door zijn bizarre onbewezen technisch-wetenschappelijke beweringen op latere leeftijd. Hij werd in de Verenigde Staten het toonbeeld van de gekke geleerde, anderen noemden hem liever idealistisch en niet commercieel en daarin een tegenpool van zijn eveneens beroemde concurrent-uitvinder Thomas Edison.

      Veel van de implementatie-beslissingen omtrent het ontwerp van een elektriciteitsnet, die in de tijd van Tesla genomen werden, zijn tot op de dag van vandaag nog steeds onveranderd gebleven. Maar veel van die beslissingen en keuzes van toen zijn genomen op basis van de beschikbare technologie op dat moment. In de 120 jaar tussen toen en nu zijn er heel wat nieuwe technologieën bijgekomen en veel van de bestaande technologieën zijn nu al veel verder ontwikkeld. Deze specifieke aannames en eigenschappen omtrent de verschillende technologieën die gebruikt worden bij het elektriciteitsnet van toen zijn, ondanks dat ze al sterk verouderd zijn, momenteel vaak nog in gebruik. Dit komt deels doordat beheerders van elektriciteitsnetten niet staan te springen om nieuwe technologieën in te voeren. Zeker niet wanneer ze nog nooit op commerciële schaal getest werden. Dit omdat een elektriciteitsnet kritische infrastructuur is die zich slechts een heel beperkt aantal of eigenlijk nagenoeg geen fouten kan veroorloven. En daarom is voor hen het in gebruik nemen van een 'ongeteste' nieuwe technologie erg riskant aangezien de gigantische gevolgen wanneer deze zou falen.

      In de afgelopen 50 jaar zijn daardoor de elektriciteitsnetten niet mee-geëvolueerd met andere technologieën op het vlak van het bewaken van de veiligheid zowel tegenover de afnemers op het net als van aanvallen van buitenaf. Een ander punt waarop ze niet mee geëvolueerd zijn is om zich aan te passen voor het behalen van de doelstellingen van vele landen om meer alternatieve energiebronnen, die een niet-constante elektriciteitsproductie afleveren, toe te voegen aan het net . Veelal is het elektriciteitsnet niet voldoende robuust om met sterke variaties in elektriciteitsproductie om te gaan.

      Het huidige elektriciteitsnet kan wel een bepaalde hoeveelheid van dergelijke energiebronnen met een variabele energieprodcutie meester, maar dit zou naar schatting beperkt zijn tot zo'n 30%. En dit is een ernstige beperking voor de intrede van de hernieuwbare energiebronnen, aangezien een heleboel van de hernieuwbare energiebronnen juist een variabele energieproductie hebben. En ander punt waar er aan gewerkt kan worden, is om de grote pieken tijdens de piekmomenten in een dag in het elektriciteitsverbruik te beperken. Daarnaast is te maximaal hoeveelheid energie die ononderbroken kan vervoerd worden door de bestaande elektriciteitsnetten vrij beperkt. Toen men 120 jaar geleden het concept voor het elektriciteitsnet uitwerkte, heeft men dit gedaan voor een analoge economie. Maar nu zoveel jaar later hebben digitale technologieën hun doorbraak gemaakt en dus is het huidig elektriciteitsnet daar nu niet compatibel voor. Dit komt grotendeels doordat het elektriciteitsnet niet is mee geëvolueerd met de andere technologieën. Er bestaan momenteel al tal van digitaal aangestuurde apparaten waarbij het mogelijk is om toe te laten dat elektriciteitsmaatschappijen deze toestellen in- of uitschakelen, wanneer zij dit nodig vinden. Dit uiteraard zonder dat de gebruiker daarbij een ongemak zal ondervinden. Maar doordat het elektriciteitsnet nog steeds gelijkaardig is aan het ontwerp van 120 jaar geleden, is het niet in staat om deze technologieën te ondersteunen.

      Maar sinds recent zijn vele industrieën in actie geschoten wat betreft de ontwikkeling en de verder uitwerking van het concept van de Smart Grid. In het algemeen zou het de bedoelingen zijn om het huidige elektriciteitsnet te gaan updaten zodat het zijn opgelopen achterstand op het vlak van technologie, kan inhalen. Dit is geen moment te laat aangezien er ook nog een volgende uitdaging zit aan te komen voor het elektriciteitsnet, namelijk de elektrificatie van een deel van het mobiliteitssysteem ofwel anders gezegd de opkomst van de volledige of deels elektrisch aangedreven wagens. Een nieuwe doorbraak bij de ontwikkeling van technologieën voor de smart grid zou kunnen toelaten dat de smart grid nog intelligenter zal worden dan dat er in eerste instantie gedacht werd. Namelijk door het gebruik van een nieuw soort 'op-halfgeleiders-gebaseerde' toestellen. Deze zouden kunnen toelaten dat elektrische wagens nog sneller opgeladen worden, en dat het elektriciteitsnet kan omgaan met een hoog percentage aan energiebronnen met een variabele energieproductie. Dergelijke toestellen worden al door tal van instellingen ontwikkeld, waaronder bijvoorbeeld het Advanced Research Projects Agency for Energy en de National Science Foundation.

      En nu in het begin dat de netbeheerders en elektriciteitsmaatschappijen aan het overwegen zijn om de eerste nieuwe technologieën te gaan invoeren, dan ligt in eerste instantie de nadruk op het verzamelen van informatie over de real-time metingen van het elektriciteitsverbruik of /-productie van de 'gebruikers'. Dit kan via de vele 'smart meters' die men al reeds heeft geïnstalleerd in vele huizen, voornamelijk dan in de VS. Maar in een volgende stap zullen er ook andere toestellen aan het elektriciteitsnet toegevoegd worden. Een van deze toestellen zijn intelligente 'solid-state transfomers', deze zijn geschikt om gebruikt te worden voor het regelen van de hoeveelheid energie er door de geleiders van het elektriciteitsnet stroomt. Wanneer men de smart meters zou voorstellen als de hersenen van de smart grid, dan zijn deze solid-state transformers de spieren van de smart grid. Deze kunnen ervoor zorgen dat het elektriciteitsnet niet meer alleen elektrische energie kan vervoeren in één richting, maar dat dit mogelijk wordt in beide richtingen. En dit wordt stilaan een noodzaak aangezien vele huishoudens en bedrijven niet enkel meer consumenten zijn maar nu ook elektriciteitsproducenten zijn geworden. Dit door de vele zonnepanelen en windmolens die geplaatst worden op en rond de woningen en bedrijfsgebouwen.

      Momenteel wordt er van transformators verwacht grofweg maar één enkele taak uit te voeren namelijk de spanning van een hoog niveau naar een lager niveau brengen. Dit is nodig omdat een elektriciteitscentrale een spanning uitstuurt met een zeer hoog voltage. En dus vooraleer deze spanningen de woningen en dergelijke bereikt moet deze tot een voltage van 120 of 230 volt gebracht wordt. Maar doordat de nieuwe solid-state transformers veel flexibeler zijn, is er ook veel meer mee mogelijk. In deze transformatoren worden er onder andere ook diode, transistors en andere halfgeleidercomponenten gebruikt. Deze componenten kunnen tegen een heel hoge snelheid geschakeld wordt maar ze verschillen wel met diegene van die in een computer, namelijk zijn ze speciaal gemaakt om met hoge vermogens te kunnen omgaan. Ze kunnen, wanneer ze een signaal ontvangen van de smart meters of van de elektriciteitsmaatschappijen, heel snel het voltage en de karakteristiek van de elektrische stroom gaan aanpassen en manipuleren. Zij kunnen ofwel een gelijk- of wisselspanning uitsturen en dit kunnen zowel wanneer ze een gelijk- of een wisselspanning aangevoerd krijgen, ook kunnen ze de frequenties aanpassen wanneer nodig. Al dit zorgt ervoor dat dergelijke transformators geschikt zijn om gebruikt te worden bij de hernieuwbare energiebronnen. Bijvoorbeeld aangezien dat zonnepanelen een gelijkspanningen opwekken is het handig dat deze transformatoren om kunnen gaan met zowel gelijk- als wisselspanningen en dat hij de ene in de andere kan omzetten. Daarnaast is het een vereiste dat hij goed weg kan met variërende elektriciteitsproductie en dat hij het elektrisch signaal kan omzetten en manipuleren indien nodig. En naast al deze fundamentele voordelen hebben deze nieuwe transformatoren ingebouwde processoren en ingebouwde communicatie-hardware. Dit laat toe dat de netbeheerders of elektriciteitsmaatschappijen kunnen communiceren met deze transformators en dat verschillende transformatoren met elkaar kunnen communiceren.

      Deze nieuwe transformatoren zijn zo flexibel dat de onderzoekers nog steeds bezig zijn met het ontdekken wat er allemaal mee mogelijk is. En dus zijn ze nog niet zeker hoe men deze het best kan gaan gebruiken aangezien er zoveel verschillende mogelijkheden mee zijn. Een van de vele mogelijke toepassingen, die wel bijzonder interessant is, is voor het opladen van elektrische of hybride wagens. Dit vraagt nog steeds een bepaalde tijd vooraleer de batterij volledig opgeladen is.


      Dit zou veel sneller kunnen gebeuren indien men laders zou gebruiken die werken op gelijkspanning. Met zo'n gelijkspanningsoplader zou het slechts een half uur duren om de batterij van een Nissan Leaf 100% op te laden. Maar zo'n gelijkspanningsoplader zorgt voor een te groot energieverlies, er gaat namelijk 10% tot 12% van de energie die er in gaat, verloren. Deze nieuwe solid state transformers, zouden kunnen werken als zo'n gelijkspanningsoplader maar deze zouden dan slechts 4% energieverlies kennen. En doordat deze nieuwe transformatoren uitgerust zijn met processoren en communicatie-hardware, kunnen ze een black-out voorkomen wanneer meerdere buren van één straat hun elektrische wagen op hetzelfde ogenblik kunnen inpluggen. Daarnaast kunnen deze transfo's gebruikt worden om de opgewekte energie door fotovoltaïsche zonnepanelen op het elektriciteitsnet te kunnen zetten. Dit zorgt ervoor dat de speciale uitrustingen voor deze taak niet meer aangekocht moet worden door de eigenaars van de zonnepanelen.

      Er bestaan wel andere apparaten en componenten die veel van deze opgenoemde taken kunnen uitvoeren maar een belangrijk criterium is uiteraard steeds de betrouwbaarheid van de toestellen. En deze nieuwe transformators zouden ervoor kunnen zorgen dat al dit veel eenvoudiger kan uitgevoerd worden in vergelijking met wanneer men de andere geschikte apparaten en componenten zou gebruiken. En dus is het waarschijnlijker dat men deze nieuwe transformatoren zal verkiezen voor deze taken. Een ander voordeel van het gebruik van deze nieuwe transformatoren is dat deze gebruikt kunnen worden om elektriciteit te gaan besparen. Namelijk door steeds een spanningen met een minimum vereist voltage te gaan leveren naargelang welke toestellen er ingeschakeld zijn. Zo kan er energie bespaard worden wanneer men het voltage verlaagt wanneer er enkel toestellen ingeschakeld zijn die op een lagere spanningen kunnen werken.

      Deze solid-state transformators bevinden zich nog steeds in de ontwikkelingsfase en zullen waarschijnlijk binnen enkele jaren klaar zijn voor commerciële toepassingen. Momenteel zijn de onderzoekers nog steeds bezig met het verbeteren van het rendement en de kostprijs van deze transfo's. En deze zullen dan hoogstwaarschijnlijk een grote bijdrage leveren bij de verdere ontwikkeling en uitwerking van de smart grid.

      Geschreven door Emile Glorieux, bron [technologyreview]



      Opmerking: Indien iemand meer weet over hoe deze 'solid-state transformers' werken, in elkaar zitten of wat de correcte Nederlandse benaming is, bent u dan a.u.b. zo vriendelijk om dit eens door te spelen. Hierover was niet veel informatie te vinden en dus bleef dit een raadsel voor mij.    Bedankt




      Thu, 20 Jan 2011 06:00:00 +0000
    • De nieuwe industrielanden zijn innovatie-kampioenen
      Een halve eeuw geleden bedroeg de wereldpopulatie slechts zo'n 3 miljard mensen. Toen waren er twee soorten landen in de wereld, namelijk de ontwikkelingslanden of derde wereld landen en de ontwikkelde landen of Westerse landen (deze laatste term is eigenlijk niet zo accuraat). In een ontwikkeld land is er een hoge graad van industrialisatie en hoge levensstandaarden die volgen uit de rijkdom en technologie die beschikbaar is in die landen. In een ontwikkelingsland daarentegen is er een zeer grote armoede in verhouding tot de Westerse landen. Deze armoede gaat meestal gepaard met technologische, economische en medische achterstand.


      Een ontwikkelingsland is dan meestal een land dat nog geen aanzienlijk niveau van industrialisatie bereik heeft, geen of een slechte ontwikkelde dienstensector, een grote landbouwsector, dat een lage levensstandaard en bruto nationaal product heeft. Andere kenmerken voor een derde wereld land zijn o.a. een hoge staatsschuld, een hoog sterftecijfer, ondervoeding, slechte hygiëne, laag energieverbruik, wijdverspreide armoede, grote bevolkingsgroei, snelle urbanisatie, onderbenutting van het werkkapitaal, politieke instabiliteit, veel corruptie, milieudegradatie en zo kan deze lijst nog veel langer worden. Maar ten opzichte van de toestand een halve eeuw geleden, in 1960, is er al heel wat verandert. En het is dus niet meer correct om nu nog te denken dat er nog steeds maar twee soorten landen zijn, de ontwikkelde en de ontwikkelingslanden. En doordat de wereld zo sterk veranderd is sinds 50 jaar geleden, moet het idee van 'ontwikkelde en onontwikkelde landen' eigenlijk geüpdatet worden naar die voor de huidige situatie.



      In 1960 leefden er zo'n 1 miljard mensen in de ontwikkelde landen en de populatie in de derde wereld landen was toen 2 miljard. In het algemeen was er een grote kloof tussen deze twee werelden. Maar nu in 2010, zijn er 4 miljard mensen bijgekomen op de aarde aangezien de wereldpopulatie nu bijna 7 miljard mensen bedraagt. Volgens de Verenigde Naties zal dit jaar de 7 miljardste wereldburger geboren worden. Samen met deze bevolkingstoename is er ook heel wat verschoven in de verhoudingen tussen de soorten landen in de wereld. Zo hebben de ontwikkelde landen zich verder ontwikkeld.


      Maar de meest succesvolle ontwikkelingslanden van in 1960 hebben ook een verandering ondergaan, namelijk zijn zij de Newly Industrialized Countries ofwel NIC's of ook de nieuwe industrielanden genoemd. En dus kunnen we momenteel niet enkel meer spreken over de ontwikkelde landen en de onontwikkelde landen, maar moeten we daar nu een derde categorie aan toevoegen, die van de nieuwe industrielanden. Momenteel leven er nog steeds ongeveer 1 miljard mensen in de ontwikkelde landen. In de onontwikkelde landen leven er ook nog steeds zo'n 2 miljard mensen. En de nieuwe industrielanden kent nu de grootste populatie, namelijk zo'n 4 miljard mensen. Het is alsof de 4 miljard mensen, die er in de afgelopen 50 jaar zijn bijgekomen op de wereld, zich midden de kloof tussen de ontwikkelde en de ontwikkelde landen hebben genesteld. Maar de kloof tussen de rijksten en de armsten op deze wereld is momenteel wel groter dan ooit tevoren, want de ongelijkheid tussen deze twee groepen mensen is steeds blijven groeien. Er is wel een algemene trend dat steeds meer landen zich verder ontwikkelen en zo komen er steeds meer mensen in de buurt van de ontwikkelde landen. Bijvoorbeeld heeft Japan al de ontwikkelde landen 'ingehaald' en het ziet er sterk naar uit dat China dat binnenkort ook zal doen.



      Maar er is ook nog een andere opmerkelijke trend waargenomen. Het algemeen idee over de ontwikkeling in de ontwikkelingslanden was dat deze landen niet hoeven te investeren in nieuwe onderzoek en ontwikkeling. Althans niet voordat ze de levensstandaard en de graad van ontwikkeling hebben kunnen opkrikken tot ongeveer het niveau van de huidig ontwikkelde landen. Maar deze stelling werd ontkracht door een recent gepubliceerd rapport van de Organisatie voor Economische Samenwerling en Ontwikkeling of kortweg de OESO. Het OESO is een samenwerkingsverband van 34 landen om sociaal en economisch beleid te bespreken, bestuderen en coördineren. De aangesloten landen proberen gezamenlijke problemen op te lossen en trachten een internationaal beleid af te stemmen. Al de landen aangesloten bij het OESO zijn allemaal ontwikkelde landen. En deze ontwikkelde landen zullen, samen met andere ontwikkelde landen, in de nabije toekomst blijven een leidende positie innemen op het vlak van onderzoek en ontwikkeling. Maar wat er wel zal veranderen, is dat andere landen een opmars zullen maken in dit gebied. Namelijk toont het rapport aan dat de nieuwe industrielanden een rol zullen gaan spelen in onderzoek en ontwikkeling op wereldniveau. Het OESO houdt namelijk een 'Global Science, Technology and Industry Map' bij. En door de opkomst van de nieuwe industrielanden zal deze 'mondiale wetenschap, technologie en industrie' kaart hertekend worden. Het OESO, die deze kaart bijhoudt, vernieuwd deze om de twee jaar. En op de nieuwe kaart opgesteld in 2010 is deze opkomst van de nieuwe industrielanden al merkbaar. Het gaat dan vooral om de landen zoals China, Zuid-Afrika Indonesië en Vietnam, daar werden brede innovatie strategieën op gesteld, die zowel nieuwe als bestaande technologieën omvat, maar onder andere ook tal van sociale innovaties.



      Er is ook een verschil in aanpak in deze opkomende economieën in vergelijking met die van in de Westerse landen, namelijk dat in de nieuwe industrielanden er veel 'globaler' gedacht wordt dan in de Westerse landen. Namelijk, in 2007 - het laatste jaar dat er data beschikbaar was over geografische verdeling van nieuwe patenten - was er al iets merkwaardig te zien. Toen, in dat jaar, was in de BRIICS landen - dat zijn de landen Brazilië, Rusland, Indië, Indonesië, China en Zuid-Afrika - waren 1,07% van patenten voor technologieën voor hernieuwbare energie-systemen. En merkwaardig genoeg is dit hoger dan het wereldwijde gemiddelde namelijk 0,89%. In Europa is dit percentage het allerhoogst in de wereld, namelijk daar hebben 1,19% van de patenten te maken met technologieën voor hernieuwbare energie. Maar wat wel opmerkelijk is dat de BRIICS landen in dit lijstje boven de Verenigde Staten staan. Dit omdat in de Verenigde Staten slechts 0,67% van de patenten over hernieuwbare energie. En Japan staan staat heel erg laag in de lijstje namelijk hebben daar 0,47% van de patenten te maken met hernieuwbare energie.

      Deze data toont, samen met vele andere cijfers, aan dat in de nieuwe industrielanden een meer globale en pragmatische aanpak wordt aangehouden bij onderzoek en ontwikkeling in vergelijking met de cijfers van vroeger. Vroeger vond er enkel een uitwisseling van technologieën plaats tussen de ontwikkelingslanden en de Westerse landen maar momenteel zijn de nieuwe industrielanden ook bezig met andere minder ontwikkelde landen aan het helpen op vlak van onderzoek en ontwikkeling. Zo wordt er bijvoorbeeld heel veel hulp verleend door Aziatische landen aan de minst ontwikkelde landen in Afrika. De nieuwe industrielanden beginnen ook samen te werken bij onderzoeken en ontwikkeling van nieuwe technologieën. En door deze samenwerkingsverbanden tussen ontwikkelings- en nieuwe industrielanden wordt er het vermogen gecreëerd voor deze landen om te gaan innoveren, ook al hebben ze nog niet de graad van ontwikkeling bereikt zoals die van in de ontwikkelde landen. Het gecreëerde vermogen om te innoveren wordt in deze landen wijselijk gebruikt om 's werelds grootste problemen aan te pakken, zoals die zijn de energieproblematiek en -armoede, de klimaatverandering en de armoede.

      Geschreven door Emile Glorieux, bron [nature]


      Hans Rosling: Population Growth Explained with IKEA Boxes



      Wed, 19 Jan 2011 06:00:00 +0000
    • Hoe zullen wolken reageren op de klimaatverandering?
      De opwarming van de aarde is één van 's werelds meest dreigende problemen voor de toekomst. En daarom is het zo dat er de laatste jaren steeds meer en meer om te doen geweest is rond de klimaatverandering en de opwarming van de aarde. Maar dit probleem zit vrij complex in elkaar en tot nu toe is het nog niet gelukt het volledig te snappen. Bepaalde aspecten zijn relatief eenvoudig en anderen zijn dan weer een stuk moeilijker. Aan de basis van het probleem ligt de verandering van de gemiddelde temperatuur op aarde. Wanneer de temperatuur op aarde gaat variëren dan heeft dit gevolgen voor onnoembaar veel zaken, waaronder het klimaat, het smelten van de gletsjers en nog vele andere.



      De temperatuur van het aardoppervlak wordt bepaald door een evenwicht van een aantal factoren. Zo zijn er de factoren die bijdragen tot een stijging van de temperatuur, namelijk de stralen van de zon die niet meteen wordt teruggekaatst en de aardwarmte. En dan zijn er ook de zaken die zorgen dat er warmte onttrokken wordt van het aardoppervlak, namelijk de verdamping van water, warmte-convectie, en infrarode straling van het aardoppervlak naar het heelal. Eén van de zaken die een zeer grote invloed heeft op de temperatuur op het aardoppervlak is de concentratie aan broeikasgassen in de atmosfeer. De concentratie aan deze gassen beïnvloed de hoeveelheid infrarode straling die teruggekaatst wordt naar het heelal en hoeveel er teruggekaatst wordt naar de aarde toe. Want broeikasgassen zijn niet volledig transparant voor infrarode stralen. De broeikasgassen in de atmosfeer worden van twee kanten bestraald met infrarode stralen. Namelijk er komen infrarode stralen uit het heelal van de zon naar de aarde toe, maar er komen er ook infrarode stralen van de aarde die naar het heelal toe gestraald worden.

      In het algemeen bevat de invallende straling van de zon 3 soorten elektromagnetische straling, namelijk infrarood, ultraviolet, en zichtbaar licht. De straling van de zon bestaat grotendeels uit zichtbaar licht en ultraviolet straling en in mindere mate uit infrarode straling. Éénmaal deze stralingen het aardoppervlak bereikt hebben, wordt het overgrote deel van deze straling geabsorbeerd. Door het absorberen warmt het aardoppervlak op. En daardoor gaat het aardoppervlak terug hoofdzakelijk infrarode straling gaan uitstralen want stralingswarmte is namelijk van de vorm van infrarode straling. In principe is infrarode straling is een andere naam voor stralingswarmte. De broeikasgassen in de atmosfeer beletten dat deze uitgestraalde warmte direct volledig verdwijnt naar het heelal. En doordat deze broeikasgassen niet transparant zijn voor infrarode straling houden zijn deze warmte rond de aarde. En zo zorgen zij ervoor dat de gemiddelde temperatuur hoger is/blijft.

      Van de broeikasgassen zoals CO2 en CH4 is hun effect op de klimaatverandering gekend, hoe meer er zich van deze in de atmosfeer bevinden, hoe meer de aarde gaat opwarmen. Maar over andere broeikasgassen, is er nog onzekerheid over het effect op de klimaatverandering. Eén van deze broeikasgassen is namelijk waterdamp of dus anders gezegd gaat het hier dus over de wolken. Het was tot voor kort nog niet duidelijk hoe de computermodellen, die men gebruikt om voorspellingen te doen over de klimaatverandering, moeten omgaan met de invloed van de wolken. Deze onzekerheid was er omdat het afhankelijk is van de soort wolk of dat deze zou zorgen dat de temperatuur op aarde gaat toenemen of afnemen. De ene soort wolken zorgen ervoor dat het minder warm zal zijn op aarde omdat deze de invallende straling van de zon zullen tegenhouden. De andere soort wolken zorgen voor een omgekeerd effect, namelijk laten zij de invallende stralen van de zon door tot aan het aardoppervlak maar houden ze dan wel de stralen die door de aarde uitgestraald worden tegen. En dus zorgen ze dat de temperatuur op aarde zal toenemen. Aangezien wanneer de aarde gaat opwarmen, veel ijs zal gaan smelten van zowel de gletsjers als van het poolijs en dan gaat er ook meer water gaan verdampen. En dus is het vermoedelijk dat de concentratie waterdamp in de atmosfeer een invloed heeft wanneer men voorspellingen wil doen omtrent de opwarming van de aarde en de klimaatverandering.

      En tot onlangs zorgden de wolken voor een grote onzekerheid bij de voorspellingen gedaan met behulp van de computermodellen van het klimaat. Want het is moeilijk te bepalen welk type wolken er het meest gaan voorkomen en dus welk effect er het meest dominant zal zijn. Er worden meerdere computermodellen gebruikt om de verandering van het klimaat in de toekomst te gaan simuleren op basis van bepaalde ingegeven data. De verschillende modellen gingen veelal op een verschillende manier om met de invloed van de wolken. En dit zorgde dan uiteraard dat deze modellen een verschillende uitkomst weergaven ook al werden dezelfde gegevens ingegeven. Er waren bepaalde computermodellen die zelfs de invloed van de wolken negeerden. Dit omdat met het ene type wolken de temperatuur toeneemt en met het andere type de temperatuur afneemt. En dus wanneer men verondersteld dat beide type even vaak voorkomen dat is hun invloed inderdaad neutraal en mag de invloed van de wolken genegeerd worden. Maar er bestaat wel geen zekerheid over de veronderstelling dat beide type wolken even vaak zullen voorkomen en dat dit steeds zo zal blijven ook wanneer het klimaat veranderd. Maar ook zijn er computermodellen die ervan uitgaan dat wolken zorgen voor opwarming van de aarde. En dus wanneer de concentratie aan waterdamp toeneemt in de atmosfeer, dan zal dit ertoe leiden dat de temperatuur op aarde zal stijgen.

      Andrew Dessler, een professor van Texas A&M University aan het departement van atmosfeer wetenschappen, heeft de invloed van de wolken uitvoerig onderzocht om een antwoord te vinden op de vraag wat nu juist het gevolg zou zijn wanneer de concentratie aan waterdamp stijgt in onze atmosfeer. En zo kan men in de toekomst ook een groot element van de kritiek op de voorspellingen over de verandering van het klimaat gaan vermijden. Namelijk is er een heleboel kritiek op de resultaten van de computermodellen die men gebruikt om het klimaat te gaan simuleren. Een groot punt van kritiek is de invloed van de concentratie waterdamp in de atmosfeer, vele critici verwijten dat de computermodellen een verkeerd resultaat tonen omdat ze deze invloed verkeerd in rekening brengen. Zijn conclusie in het gepubliceerde werk over dit onderwerp was dat wanneer de temperatuur stijgt op aarde dat dit zal zorgen voor een stijging van de concentratie aan waterdamp in de atmosfeer, doordat er meer water zal verdampen. En deze grotere concentratie aan waterdamp zal ervoor zorgen dat de temperatuur op aarde verder zal toenemen.

      Maar er komt kritiek op het werk van Andrew Dessler, namelijk verteld Roy Spencer, een klimatoloog van de University of Alabama, dat Andrew Dessler het verkeerd op heeft. Roy Spencer publiceerde een paper waarin hij concludeer t dat wanneer de concentratie waterdamp in de atmosfeer zal toenemen, dit ervoor zal zorgen dat de temperatuur op aarde zal afnemen in plaats van stijgen. Maar andere wetenschappers zijn het dan weer eens met de conclusie van Andrew Dessler. Eén van hen is Dennis Hartmann, een professor in de atmosfeer wetenschappen van de University of Washington. Hij verteld dat, op basis van de beschikbare gegevens en data, dat een negatieve feedback van een stijging van de waterdamp-concentratie in de atmosfeer op de gemiddelde temperatuur op aarde een heel stuk onwaarschijnlijker is dan een positieve feedback van de waterdamp-concentratie op de temperatuur. De feedback verschilt heel erg uitlopend verschillend wanneer men de huidige klimaatmodellen bekijkt. Maar hij is van mening dat wanneer men een algemeen consensus zou moeten opstellen, gebaseerd op wat de modellen tot nu toe al verspeld hebben, dat het overduidelijk is dat er een positieve feedback bestaat tussen de waterdamp-concentratie en de temperatuur.

      De studie die Andrew Dessler heeft uitgevoerd maakt gebruik van de data die verzameld geweest is door NASA's Terra satelliet. Deze satelliet is uitgerust met een instrument genaamd CERES, wat staat voor Clouds and Earth's Radiant Energy System. Met CERES dient om stralingen te gaan opmeten in de atmosfeer en men is hiermee in staat om straling de infrarode straling van de zon, die terug het heelal in gereflecteerd wordt te onderscheiden van de infrarode straling die uitgestraald wordt door de aarde. En dit kan men gaan doen op verschillende hoogte in de atmosfeer, van boven tot onder. Deze satelliet werd in maart 2000 de ruimte ingestuurd en dus heeft men er al 10 jaar lang data meer verzameld.


      Doordat 10 jaar een relatief korte tijd is om voldoende data in te zamelen, is het resultaat dus nog niet echt 100% betrouwbaar. Er is nood aan data van over een langere periode om deze zaak verder te gaan uitpluizen, zeker wanneer men deze data wil gebruiken om voorspellingen te gaan doen op lange termijn. En dit is juist wat men wil doen bij de klimaatmodellen. Om een idee te krijgen over wat er zal gebeuren met de wolken wanneer het een lange tijd warmer is op aarde, moet er gewacht worden tot het een relatief lange tijd warmer is op aarde. Pas dan kan men met zeker gaan zeggen wat het effect is en kan ervan uitgegaan worden dat het ervaren verschijnsel zich opnieuw zal voordoen wanneer het een volgende keer warmer is of verder warmer wordt op aarde. Maar tot dat dit zich voordoet, kan men enkel voorgaan op de waargenomen verschijnselen tijdens de relatief korte periodes dat het warmer was op aarde. En uit deze korte periodes kan men ergens al een idee krijgen wat men kan verwachten indien het een lange periode warmer is.

      Maar in het algemeen kan men er wel over eens zijn dat de analyse die Andrew Dessler heeft uitgevoerd, toch wel een handig diagnostisch hulpmiddel is. Het kan gebruikt worden om de bestaande klimaatmodellen te gaan 'ijken'. Met ijken wordt bedoeld dat men kijkt in hoever de voorspellingen overeenkomen met de waarnemingen. Namelijk, bij de klimaatmodellen heeft men nu ergens een richtlijn over hoe men de invloed van de wolken of dus de concentratie waterdamp moet in rekening brengen. En men kan dit gaan controleren de voorbije 10 jaar te gaan simuleren en te kijken of de resultaten overeenkomen met de waarnemingen die men heeft opgenomen met de Terra satelliet. Zo kan men, in het mate van het mogelijke, zeker zijn dat het beschouwde klimaatmodel een betrouwbaar resultaat geeft.

      Geschreven door Emile Glorieux, bron [scientificamerican]

      Wed, 29 Dec 2010 06:00:00 +0000
    • Terugtrekkende gletsjers zorgen voor een tekort aan drinkbaar water
      Zoals als algemeen gekend stond de stoommachine aan het begin van de industriële revolutie. Het eerste land die met deze trend werd geconfronteerd was uiteraard Groot-Brittannië en door de intrede van de stoommachine was de mens niet langer meer afhankelijk van menskracht, paardenkracht, watermolens en windmolens. De stoommachine, in eerste plaats in 1711 uitgevonden door Thomas Newcomen en later in 1769 sterk geoptimaliseerd door de welbekende James Watt. In deze tijd ken men ook een grote bevolkingstoename die ervoor zorgde dan tussen 1750 en 1850 het bevolkingsaantal in Europa verdubbelde.


      Doordat er toen steeds meer mensen waren en deze o.a. allemaal kleren moesten hebben kende de textielindustrie een grote expansie. En dankzij de stoommachine kon het textiel sneller en goedkoper geproduceerd worden en bleven de loonkosten laag. Zo is de textielindustrie één van de aanjagers van de industriële revolutie geweest. Maar de stoommachines is ook de start geweest van de mens zijn overmatig gebruik van fossiele brandstoffen en later zou dit verbruik ook als een verslaving vernoemd worden. Nu zoveel jaar later is men onder ogen gekomen dat er ook niet zo'n prettige gevolgen zijn bij het gebruik van fossiele brandstoffen. Het heeft wel een hele tijd geduurd, meer dan 100 jaar, vooraleer men deze gevolgen heeft kunnen inzien. Dit ligt niet onmiddellijk aan de mens of aan de ontwikkeling in de wetenschappelijke wereld maar hoofdzakelijk aan het feit dat deze nadelige gevolgen slechts op lange termijn waarneembaar zijn. Er zit namelijk een bepaalde, relatief grote tijdvertraging in het logische oorzaak-gevolg verband, als het gaat over de klimaatverandering door de grote uitstoot van broeikasgassen. Omdat de industriële evolutie zo ongeveer het begin is geweest van de invloed van de menselijke activiteiten op het klimaat, wordt er veel refereert naar deze periode wanneer men uitspraken doet over de verandering van het klimaat of aspecten ervan.

      Eén van de zaken waarover men vergelijkingen doet ten opzichte van voor de industriële revolutie is over het afsmelten van de gletsjers. Natuurlijk is bij het afsmelten van de gletsjers niet enkel de klimaatverandering die een rol speelt. Ook andere zaken hebben een invloed op de temperatuur op aarde en dus ook op het afsmelten van de gletsjers. Bijvoorbeeld vond vanaf 1550 tot 1850 op aarde de kleine ijstijd plaats. De kleine ijstijd staat voor een relatief koude periode. Tijdens deze periode lag de temperatuur zo gemiddeld zo'n 1 à 2 graden lager ten opzichte van het gemiddelde temperatuur op aarde. Vanaf 1850 tot 1940, was de gemiddelde temperatuur op aarde terug gelijk aan het normale gemiddelde. Deze temperatuurstijging tussen de kleine ijstijd en de daarop volgende periode van normale temperatuur zorgde dat de gletsjers begonnen te smelten. Maar zo'n 100 jaar na het einde van de kleine ijstijd, nam de temperatuur op aarde terug lichtjes af wat ervoor zorgde dat het afsmelten van de gletsjers werd afgeremd en zelfs voor een relatief korte tijd werd omgekeerd. En vanaf 1980, zo'n goede 150 jaar na de start van de industriële revolutie, begonnen de temperatuur onnatuurlijk toe te nemen waardoor ook het afsmelten van de gletsjers steeds sneller is beginnen plaatsvinden. En doordat de menselijke invloed op het klimaat steeds groter en groter is geworden dan de natuurlijke variatie, is het momenteel ondenkbaar dat er plots een sneller verandering zal optreden in deze trend wanneer de mensen hun gedrag niet gaan veranderen.

      Het smelten van de gletsjers lijkt op het eerste zicht niet echt zo'n dreiging dan dat die eigenlijk is. Het is niet dat er zich dan gewoon een beetje minder ijs op het land bevindt. Eerst en vooral, wanneer gletsjers smelten dan moet al de smeltwater ergens naar toe. En uiteraard, al het water zal vroeg of laat zijn weg vinden tot aan de zeeën en de oceanen. Al dit extra water, zal er uiteindelijk dan toeleiden dat de zeespiegel zal gaan stijgen. En wanneer de zeespiegel stijgt dan heeft dit dramatische gevolgen voor al wie in laaggelegen gebieden wonen dicht bij een kustlijn of dergelijke. Maar het zal waarschijnlijk niet zolang duren vooraleer men problemen zal ondervinden door het versneld afsmelten van de gletsjers. Namelijk omdat de mens op vele locaties in de wereld afhankelijk is, of toch in zeer grote mate vertrouwd op het smeltwater voor allerhande toepassingen. Dus wanneer deze gletsjers versneld gaan afsmelten dan gaat na een bepaalde tijd, wanneer al een groot deel van de gletsjer is afgesmolten, de hoeveelheid smeltwater gaan verkleinen. En op dat moment zullen deze mensen leiden aan een tekort aan water voor hun activiteiten. En aangezien 87% van het zoetwater op aarde vast zit in de gletsjers gaat het hier om een belangrijke hoeveelheid drinkbaar water.

      Maar naast watervoorziening vervult het smeltwater van de gletsjers ook nog een andere taak waar de mens veel gebruik van maakt. Namelijk een gletsjer verplaatst zich ook traag bergafwaarts en hierbij schuurt deze massa bevroren water over het gesteente. Daarbij wordt een deel van het gesteente verbrijzeld tot kleinere deeltjes. Deze kleinere deeltjes worden dan meegevoerd door het smeltwater naar lager gelegen gebieden. Maar deze kleine deeltjes verbrijzeld gesteente bevatten onder andere ook bepaalde mineralen. En deze mineralen komen goed van pas bij groeiende planten en aangezien veel water gebruikt wordt voor de irrigatie van akkers, komen deze meegevoerde mineralen veelal goed van pas. Maar wanneer gletsjers zijn gesmolten dan verdwijnt ook deze toevoer van mineralen naar akkers en dergelijke. Dit zorgt dat gewassen minder goed zullen groeien indien men ze niet op een andere manier gaat voorzien van de nodige mineralen daarvoor.

      Het afsmelten van de gletsjers heeft ook een invloed op de interactie tussen de aarde en de zon, of eerder met de zonnestralen. Namelijk door het afsmelten van de gletsjers verandert het albedo van de aarde. Het albedo van een object, is een begrip uit de warmteleer, en is een maat voor het weerkaatsingsvermogen van dat object. Het wordt gedefinieerd als de verhouding tussen de hoeveelheid opvallende en gereflecteerde elektromagnetische straling. Het verschil is opmerkelijk groot, namelijk het albedo of dus het weerkaatsingsvermogen van verse sneeuw of ijs is 80% à 95%, van oude smeltende sneeuw is deze verschillende, namelijk 40% à 70%. En die van grondaarde is 5% à 30%, wat een heel stuk kleiner is dan die van een gletsjers.

      Het gaat dus niet om zomaar een beetje ijs op een berg die smelt wanneer men het geeft over het smelten van de gletsjers. Er komt heel wat meer bij kijken. En de bevolkingsgroepen zullen één van de eersten zijn die de gevolgen van de klimaatverandering zullen ondervinden en geconfronteerd worden met de problemen ervan. En daarom heeft Noorwegen een tijdje geleden de beslissen genomen om $ 12 miljoen te spenderen aan uitbreidingen voor de metingen van de gletsjers in het Himalaya gebergte en het smelten ervan. Dit budget kent ook nog een tweede doelstelling, namelijk het helpen van de lokale bevolking in dit gebied om zich te gaan aanpassen aan de klimaatverandering en de gevolgen ervan.

      Voor de mensen die er leven zullen er de komende decennia een heleboel zaken gaan vervangen als het gaat over het smeltwater van de gletsjer. In het algemeen zal het er het probleem zijn dat ze op het ene moment teveel en op het andere moment te weinig water hebben. En water is overal het kader van alles zoals landbouw, leefbaarheid, industrie, en nog heel veel andere zaken. Wanneer 'plots' - of dus op een relatief korte tijd - iets verandert in de waterkringloop van een regio of gebied en men heeft niet voldoende tijd om zich aan te passen aan de veranderingen, dan komen vele van de mensen in de problemen te zitten. En bij de gletsjers van het Himalaya gebergte gaat het hier over heel veel mensen. Namelijk zorgen deze gletsjers voor de watervoorziening van nagenoeg alle bewoners in Zuidoost Azië. Er leven zo'n 210 miljoen mensen in de directe omgeving van deze gletsjers en dan nog eens 1,3 miljard mensen leven verderop stroomafwaarts. Deze 1,3 miljard mensen zijn ook afhankelijk van de stroom van smeltwater van de gletsjers die zijn baan zoek naar de oceaan. Het is in hun belang dat er zorg gedragen moet worden voor deze gletsjers en dus voor de temperatuur op aarde.

      Tot vorig jaar was men ervan overtuigd dat het nog tot 2350 zou duren vooraleer het ijs van deze gletsjers zou gesmolten zijn. Maar vorig jaar kwam er het schokkend nieuws dat dit niet in 2350 maar in 2035 het geval zou zijn. Wat heel erg binnenkort is en dus heeft deze bevolking onvoldoende tijd om zich te gaan aanpassen aan een dergelijke drastische verandering. En daarom zijn verschillende onderzoekers aan het werk gegaan om een idee te krijgen toe hoever het verdwijnen van deze gletsjers effect zou gaan hebben. En om hiervan een idee te krijgen is het noodzakelijk om informatie te hebben over de gletsjers, het smeltwater van deze gletsjers, waar het smeltwater zo overal terecht komt en waarvoor het zo allemaal gebruikt wordt. Met deze informatie kan men een transitie gaan begeleiden om zich aan te passen aan de aankomende veranderingen.

      Momenteel is er een tekort aan data om een goed en betrouwbaar beeld te krijgen over het afsmelten van de gletsjers in het Himalaya gebergte. Wetenschappers hebben wel data ter hun beschikking over het smelten van bepaalde specifieke gletsjers maar dit in onvoldoende om een globaal beeld te vormen van de gletsjers in gans het gebergte. Veelal liggen dergelijke gletsjers niet in de onmiddellijke nabijheid van goed bereikbare regio's en gebieden. En dit maakt het installeren van de nodig meetapparatuur er niet echt eenvoudiger op. Bij de data die momenteel beschikbaar is over smeltende gletsjers zijn meestal over gletsjers die zich op een relatief lage hoogte bevinden. Over de toestand van de hoger gelegen gletsjers is heel wat minder bekend. En dus is het noodzakelijk om ook daar informatie over te krijgen. Zodat men een beter beeld krijgt over deze gletsjers.

      Geschreven door Emile Glorieux, bron [scientificamerican]

      Thu, 16 Dec 2010 06:00:00 +0000
    • Het 'Venetië van Azië' verdwijnt door watervervuiling
      Eén van de grootste, of waarschijnlijk de allergrootste uitdaging waarvoor de mensen op aarde de komende eeuw zullen voorgeschoteld krijgen is de steeds toenemende wereldpopulatie op aarde.Naar schatting was de wereldpopulatie op 7 januari 2009 6,79 miljard en elke dag zouden er zo'n 200.000 mensen bijkomen op aarde. De mate waarin de wereldpopulatie toeneemt is hetgeen wat de meeste zorgen baard. In de afgelopen decennia nog nooit zo snel toegenomen. In 1804 woonden er nog 'slechts' één miljard mensen op de wereld en tegen 1927 was het aantal al verdubbeld naar de twee miljard. De populatie van drie miljard werd bereikt eind de jaren '50 en op 11 juli 1987 werd het Kroatische jongetje Matej Gaspar symbolisch uitgeroepen tot de vijf-miljardste wereldburger. Op 19 juli 1999, slechts 12 jaar na de geboorte van de vijf-miljardste wereldburger, werd de zes-miljardste wereldburger geboren. U merkt dus dat de laatste jaren de toename snel verloopt.


      Om voorspellingen te doen met betrekking tot de bevolkingsgroei, hanteert onder andere de VN een bepaald scenario. In dat scenario, genaamd "constant-fertility variant', wordt er uitgegaan van een voortzetting van het huidige, hoge, geboortecijfer. En in dat scenario zal de wereldbevolking in 2050 de 12 miljard benaderen. Dit is een onvoorstelbaar hoog aantal waardoor men er sterk twijfelachtig tegenover is. En daarom wordt er door de VN uitgegaan van een wereldpopulatie van 9 miljard mensen tegen 2050. Jaarlijks maakt de VN ook een jaarrapport over de wereldpopulatie en één van de belangrijkste conclusies van hun rapport van vorig jaar was dat wereldwijd het sterftecijfer, lager uitvalt dan dat men oorspronkelijk had voorspeld. Dit heeft niet alleen effect op de totale omvang van de wereldbevolking maar ook op de leeftijdssamenstelling. De helft van de bevolkingsgroei tussen 2005 en 2050 wordt gevormd door de leeftijdsgroep van 60 jaar en ouder. Momenteel is 'vergrijzing' al een reëel begrip in de gehele Westerse wereld en het aantal 60 plussers zal verdubbelen van 245 miljoen in 2005 tot 406 miljoen in 2050. En dit terwijl de leeftijdscategorie van onder de 60 jaar in de Westerse wereld juist zal afnemen, van 971 miljoen in 2005 tot 839 miljoen in 2050.

      Een grotere wereldpopulatie heeft een aantal consequenties voor de manier van leven op aarde. Zaken zoals voedselproductie, landgebruik, energievoorziening, grondstoffen, en dergelijke moeten aangepast worden op de grootte van de wereldpopulatie wil men dat iedereen kan leven volgens een bepaalde levenstandaard. Bij de planning en de uitwerking van strategieën over één van deze, of nog andere zaken, dan kan men zich niet zomaar permitteren om de bevolkingstoename blindelings te gaan negeren. Indien men geen rekening houdt met het feit dat de wereldpopulatie sterk gaat toenemen in de nabije toekomst dan is de kans groot dat men zorgt voor grote ongelijkheden in levenstandaard van de mensen in de toekomst.

      Eén van de dringendste zaken op dit gebied is de energievoorziening, samen met een aantal andere. Momenteel is er een grote ongelijkheid tussen bepaalde groepen in de bevolking in energieverbruik aangezien momenteel 80% van alle energie op aarde verbruikt wordt door 20% van de wereldbevolking. Hieruit komt onder andere de problematiek van de energiearmoede uit voort aangezien de relatie tussen energieverbruik en de levenstandaard en de ontwikkeling van de mensen. Het is dus belangrijk om deze ongelijkheid weg te gaan werken zodat iedereen voldoende energie ter beschikking heeft voor zijn activiteiten uit te voeren en kan gebruik maken van de gewenste energieservices. Maar men moet aan gaan voorkomen dat een dergelijke ongelijkheid zoveel mogelijk uitblijft in de toekomst en om dit te doen moet men nu gaan anticiperen voor het grote bevolkingsaantal van in de toekomst. Naast de energievoorziening zal de voorziening van drinkbaar water een globaal probleem gaan worden. Momenteel is er al een grote ongelijkheid op het vlak van de toegang tot drinkbaar water en deze dreigt in de toekomst alleen maar erger te gaan worden indien er geen acties ondernomen worden.

      Momenteel leeft meer dan de helft van de huidige wereldbevolking in Azië en het is in deze landen dat men dan nog eens de sterkste toename van de populatie kent. En op verschillende plaatsen wordt men nu al geconfronteerd met de problemen doordat men een dergelijke populatiegroei niet of in niet voldoende heeft voorzien. Eén van de plaatsen waar dit zich voordoet rond Nigeen Lake in Srinagar, Kashmir. Srinagar is de zomerhoofdstad van de Indiase deelstaat Jammu en Kasjmir. De stad is gelegen in het gelijknamige district Srinagar. De stad is vooral beroemd om zijn meren, waarop zich veel woonboten bevinden. En daarom wordt deze stad ook wel het Venetië van Azië genoemd. De stad is gelegen op een hoogte van 1730 meter en biedt dus een goede gelegenheid om aan de verschrikkelijke zomerhitte van de Gangesvlakte te ontsnappen. En dus één van de meren die zich rond deze stad bevinden is het Nigeen Lake, die in zomer een heleboel toeristen lokt uit de omliggende gebieden. Maar tussen 1989 en 2002 bleven de toeristen uit deze streek weg omwille van de onenigheid tussen Pakistan en Indië over tot welk land dit gebied toebehoord. Maar na 2002, na de afloop van het bloedige conflict, begonnen de toeristen er langzaam aan weer toe te komen voor hun jaarlijks bezoek in de zomer.

      Maar net nu dat de toeristensector weer geld begint op te brengen krijgen ze te kampen met een ander hardnekkig probleem, namelijk dat van de vervuiling van het water van de meren. Het water begint er sterk vervuild te geraken door slechte sanitaire problemen, kortzichtige stadsplanning en het toenemende bevolkingsaantal, met duizenden in één keer, die op en rond de meren is komen wonen. Dal Lake, een meer die net naast Nigeen Lake ligt is in de afgelopen 30 jaar met de helft kleiner geworden en Nigeen Lake staat een gelijkaardig lot te wachten. Wetenschappers die deze meren de afgelopen decennia hebben onderzocht en bestudeert alarmeren dat er dringend maatregelen moeten genomen worden of dat binnen enkele jaren deze meren zullen verdwenen zijn. En wanneer deze meren verdwijnen dan verdwijnt ook de leefomgeving van de mensen die er wonen, met alle catastrofale gevolgen van doen. Het wonen in woonboten is er gestart door de Britse kolonisten omdat voor hen op het einde van de jaren 1800 er verboden was om land te kopen. En dus lieten ze luxueuze woonboten bouwen zodat ze op het meer konden wonen. En vanaf dat moment is men de meren er gaan gebruiken om op te wonen. En de woonboten zijn een iconische stop geworden voor voorbijtrekkende toeristen of andere vakantiegangers. Maar nu ziet de toekomst er niet zo schitterend uit voor deze woonboten en de toeristensector er rond.

      Nu komt er ongezuiverd rioolwater in deze meren terecht en de vele kanalen zijn een stortplaats geworden voor plastieken zakken, PET flessen, dode dieren en ander afval. De situatie is er zo problematisch dat Srinagar op de vierde plaats staat van de vuilste steden in Indië. Het water uit deze meren worden door de bewoners in de stad Srinagar, waar er meer dan 1 miljoen mensen wonen, voor allerhande toepassing gebruikt. Zowel voor de huishoudens als voor de industrie. Er keert dus een steeds kleinere hoeveelheid water terug naar het meer. En het water die dan uiteindelijk het meer terug bereikt is dan heel sterk vervuild. Doordat er dus een hoeveelheid water achterblijft in de stad, worden de meren steeds kleiner waardoor de bewoners van het meer steeds dichter op elkaar moeten leven. De Indische overheid is er verantwoordelijk voor het zuiveren van het water in de meren en volgens Reuters zou de overheid al $ 200 miljoen hebben besteed aan verscheidene projecten maar de inwoners van het gebied hebben hiervan maar bitter weinig resultaat gezien. Het geld werd niet of slechts in zeer beperkte mate gespendeerd aan het bouwen van de nodige zuiveringsinstallaties en het verwijderen van het wier in het meer. De lokale instanties die verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van het water verschuift de verantwoordelijkheid naar de mensen die wonen op de woonboten op het meer. Ze beschuldigen hen ervan het water te vervuilen. Het gaat zelfs zo ver dat er plannen gemaakt worden om de 10.000 mensen die op het meer wonen te hervestigen in een ander gebied.

      Azim Tuman, één van bewoners van het meer waarvan zijn familie al sinds 1894 op het meer woont vertelt dat de mensen op de woonboten niet door oorzaak zijn van de vervuiling van het water. En dit lijkt ook zo te zijn want het afvalwater van de huizen en de hotels in de stad waarin meer dan een miljoen inwoners leven stroomt rechtstreeks het meer in. Uiteraard zorgen de mensen in de woonboot ook voor een bijdrage aan de vervuiling van het water maar deze zal niet vergelijkbaar zijn met de bijdrage van het rioolwater van de stad. Ook hebben de mensen die op de woonboten veelal geen geld om een degelijk sanitair systeem te gaan bouwen op hun boten. Maar door al deze vervuiling komen de vissers, die vroeger leefden van hun visvangst uit het meer in grote problemen te zitten. Door de vervuiling is nagenoeg alle vis verdwenen uit het meer en kan er dus niet meer geleefd worden van de visvangst.

      Vroeger, rond de jaren '50 zei men nog dat er meer waterwegen waren in Srinagar dan dat er echte wegen waren op land. Maar nu kan men stilaan het omgekeerde gaan zeggen doordat de meren er maar steeds verkleinen. En de vele kanalen hebben dan echt ook letterlijk plaats gemaakt voor verharde wegen. De planning van de aanleg van de wegen in het gebied heeft er ook voor gezorgd dat er steeds meer mensen op de meren zijn gaan wonen. Namelijk zijn er grote bruggen en dergelijke gebouwd zodat de wegen er bijna letterlijk door het meer lopen. Op deze manier is wonen op het meer relatief toegankelijk geworden aangezien er veelal verharde wegen dicht in de buurt zijn. En de wegen hebben er dus voor gezorgd dat men zonder al te veel problemen in het midden van het meer kon gaan wonen. En zo is er ook een drijvende economie ontstaan op het meer. Maar door de vervuiling en de kleiner wordende meren dreigt deze economie in een korte tijd te gaan instorten en komen de mensen die ervan leefde in de problemen te zitten.

      Geschreven door Emile Glorieux, bron [news.nationalgeographic]

      Mon, 13 Dec 2010 06:00:00 +0000
    • Is getijdenenergie een vergeten hernieuwbare energiebron?
      Getijdenenergie is energie die wordt gewonnen door gebruik te maken van het verschil waterhoogte tussen eb en vloed. Eigenlijk wordt getijdenenergie al gebruikt sinds de middeleeuwen aan de hand van watermolen die aangedreven werden door het opkomen of terugtrekkende zeewater tijdens het omwisselen van eb naar vloed of omgekeerd. Maar uiteraard waren er veel meer watermolens die aangedreven worden door het water uit een rivier dan dat er ooit geweest zijn die hiervoor het zeewater gebruikten. Maar het idee dat het mogelijk is om energie uit de getijden op zee te gaan halen is ons al een hele tijd gekend. Toen in de middeleeuwen gebruikte men mechanische overbrengen om de kinetische energie van het stromende water te gaan opvangen en over te gaan brengen naar een andere toepassing. Daar kon men dan deze kinetische energie gaan gebruiken voor een nuttige toepassing. Maar op de dag van vandaag is men niet meer zo geïnteresseerd in de kinetische energie die men kan opvangen uit stromend water. Maar de kinetische energie wil men nu gaan opvangen om deze om te zetten in elektrische energie. De waterwielen van toen kunnen ons dus nu niet meer van dienst zijn. Voor deze toepassing gebruikt men momenteel propeller-achtige turbines die kunnen werken bij een lage stijghoogte. Dergelijke turbines zijn sterk gelijkaardig aan diegene die momenteel ook gebruik worden bij waterkrachtcentrales waarbij er maar een relatief klein hoogteverschil is tussen de wateroppervlaktes langs beide kanten.


      Het hoogteverschil tussen eb en vloed is in de diepe water in het midden van de oceanen en zeeën slechts zo'n 0,5 meter, wat onvoldoende is om er een waterkracht te plaatsen. Maar aan de kust kan het soms erg verschillend zijn. Om sommige locaties in de wereld kan het hoogteverschil tussen eb en vloed soms erg groot worden. Een voorbeeld van zo'n locatie is aan de monding van de Rance bij Saint-Malo in Frankrijk, door is het hoogteverschil gemiddeld 8,5 meter en maximaal wel tot 13,5 meter. En dus is het daar wel mogelijk om een waterkrachtcentrale te gaan inzetten. Het hoogteverschil komst dus door het verschil van de getijden. De getijden ofwel dus de verticale waterbeweging van het zeewater treedt op onder invloed van de zwaartekracht van de maan voor zo'n 68% en onder invloed van de zwaartekracht van de zon voor zo'n 32%. Deze interacties zorgen ervoor dat, in het algemeen, twee maal per dag hoog ( en laag ) tij optreedt aan de kustlijnen. Maar het is niet overal zo dat dit twee maal per dag gebeurt, bijvoorbeeld in Pensacola in Florida is het maar één maal per dag eb en vloed. Deze 'afwijking' is het gevolg van een reeks interacties waaronder de vorm van de baan, de corioliskracht en nog vele andere complexe factoren. Maar het is dus enkel op de locaties waar het hoogte verschil voldoende groot is, ongeveer meer van 5 meter, dat het aantrekkelijk is om een waterkrachtcentrale te gaan inzetten om energie te gaan opwekken uit het hoogteverschil van de getijden.

      Bij een getijdencentrale is het dus in de meeste gevallen dan zo dat er twee turbines, of een omkeerbare turbine wordt gebruikt. Dit zorgt ervoor dat er zowel energie kan opgewekt kan worden tijdens het vullen en het leeglopen van het bassin. Er wordt nooit gebruik gemaakt van het ogenblikkelijke vullen van het bassin want bij deze manier van vullen is het onpraktisch om er elektriciteit bij te gaan opwekken. In tegenstelling daarvan wordt het bassin gevuld tijdens de periode dat het oppervlak van de zeespiegel zich op zijn maximum of zijn minimum bevindt. Op deze manier maakt men op een optimale manier gebruik van het hoogteverschil. Een factor die waarschijnlijk getijdencentrales bij velen een stuk interessanter maakt is het feit dat deze voor twee verschillende doeleinden gebruikt kunnen worden, namelijk langs de ene kant uiteraard voor energieopwekking. Maar wanneer men een dergelijke getijdencentrale gaat uitrusten met pompen, kan men die ook gebruiken als een pompcentrale voor energieopslag.

      Pompcentrales zijn momenteel de meest en bijna enige techniek die ingezet wordt om energie in grote hoeveelheden te gaan opslaan voor later gebruik. Maar voor men een pompcentrale gaat bouwen, moet men eerst een geschikte locatie ter beschikking hebben waar er twee grote bassins, met daartussen een voldoende groot hoogteverschil kunnen aangelegd worden. Men voelt direct al aan dat dergelijke locaties niet overal voor het rapen liggen. Maar bij een getijdencentrale zijn vele van deze vereisten al aanwezig. Want een getijdencentrale bestaat in het algemeen uit langs de ene kant de zee of oceaan, en met aan de andere kant een afgesloten bassin. Hoe grote dit bassin, hoe meer energie men kan opwekken. Want aangezien hoe groter het volume zeewater die men kan gaan gebruiken, hoe meer energie men kan gaan opwekken. Maar dit volume kent wel een gelimiteerde factor, namelijk het hoogteverschil wordt bepaald door het verschil tussen eb en vloed. Dus om een groot volume te kunnen gebruiken, is het enige wat gedaan kan wordt de oppervlakte van het bassin zo groot mogelijk maken. Bij een getijdencentrale die men ook als pompcentrale gebruikt, zou men dan wanneer er een overschot aan elektriciteit is op het net, deze elektriciteit gaan gebruiken om water van het bassin in de zee of van de zee in het bassin te gaan pompen. Dit zorgt dat het hoogteverschil tussen het bassin en de zee extra vergroot kan worden. Op deze manier kan men de energie gaan opslaan en dan later gaan terugvorderen wanneer er een tekort aan energie is op het net.

      Momenteel is er slechts één enkele getijdencentrale op de wereld die elektriciteit gaat gaan opwekken uit het hoogteverschil tussen de getijden. Deze centrale bevindt zich aan de monding van de Rance in Frankrijk. Deze heeft een capaciteit van 240 megawatt en is al in dienst sinds 1967. Deze centrale diende eigenlijk als demonstratieproject voor het aanmoedigen van de bouw van gelijkaardige centrales. Maar uiteindelijk werd nergens het voorbeeld ervan gevolgd. Dit is vrij eigenaardig want dit project van aan de La Rance is erg succesvol verlopen, alle wetenschappelijke studie hebben al aangetoond dat ook op andere locatie een gelijkaardig of groter succes behaald kan worden. En in vergelijking met andere hernieuwbare energiebronnen heeft getijdenenergie het voordeel dat deze cel cyclussen kent en dus de productie erg goed te voorspellen is in grootte en in de tijd. Maar doordat er niet zo overdreven veel locaties uiterst geschikt zijn voor het inzetten van een getijdencentrale verliest deze technologie heel wat van zijn populariteit. Men verwijt deze technologie vaak dat dit geen globale oplossing is voor het energie- en klimaatprobleem.

      Maar in Puget Sound, een zeearm van de Stille Oceaan, in het noordenwesten van de Verenigde Staten is men ook begonnen met plannen te maken van het verschil in de getijden om elektriciteit te gaan opwekken. En de locale elektriciteitsmaatschappij hoopt om binnen drie jaar een installatie opgebouwd te hebben die elektriciteit gaat gaan opwekken en deze op het net gaat gaan zetten. Het is wel nog maar een proefproject en dus is de schaal ervan nog maar beperkt in grootte. Er komen twee turbines met een totale capaciteit van 500 kilowatt. Maar doordat de energieproductie van deze turbines niet constant is zal de gemiddelde productiecapaciteit zo'n 50 kilowatt gaan bedragen. Maar dit project vloeit uit de toenemende interesse in getijdenenergie. In de VS is het potentieel voor de energie-capaciteit relatief groot, rond de 9 gigawatt. Een dergelijke capaciteit is voldoende om ongeveer 5% van de huishoudens in de VS te voorzien van elektriciteit. Hernieuwbare energie kent momenteel een opmars in de VS en het gaat er dan vooral over windenergie en over zonne-energie. Maar getijdenenergie wordt er vaak vergeten en dit is niet alleen in de VS het geval maar ook elders ter wereld. Maar toch krijgt getijdenenergie er nog een kans in de VS. Met dit proefproject is het de bedoeling om deze technologie eens te gaan uitproberen. Eigenlijk is dit ergens een beetje dubbel werk aangezien de centrale in Frankrijk aan de monding van La Rance, in eerste instantie daarvoor gebouwd geweest is meer dan 40 jaar geleden.

      Geschreven door Emile Glorieux, bron [scientificamerican]

      Fri, 10 Dec 2010 06:00:00 +0000
     
    Nederland: Faqt.nl: [ Geolocation ]   (Laatste update: Maandag 13 Mei 2013 02:27:16 )
    • Zonnebank verlaagt bloeddruk
      Er is niet alleen slecht nieuws te melden over zonnebanken. Je verhoogt de kans op huidkanker, maar je verlaagt de kans op een hartaanval.
      12 May , 2013 : 09:19:30
    • Basilicum kletst met chilipeper via trillingen
      Planten sporen elkaar aan te groeien met boodschappen van licht, geur en aanraking. Maar biologen ontdekten nog een communicatietrucje: ondergrondse trillingen.
      10 May , 2013 : 17:45:25
    • We zijn allemaal familie
      Die irritante collega, de Europese commissaris voor mededinging, de president van : ze zijn allemaal familie van jou. Je deelt genetisch materiaal.
      10 May , 2013 : 17:45:16
    • Nooit meer grijs haar?
      Over niet al te lange tijd kunnen we een pilletje of een zalfje krijgen tegen grijs haar. Jammer dat Michael Jackson dit niet meer kan meemaken.
      10 May , 2013 : 17:45:09
    • Popocatepetl baart zorgen
      Vulkanologen waarschuwen voor een uitbarsting van de vulkaan Popocatepetl, vlak bij de miljoenenstad Mexico Stad.
      10 May , 2013 : 13:39:37
    • ‘Sugar daddies’ zijn een mythe
      Het populaire plaatje van een rijke oude man of vrouw met een jonge, aantrekkelijke partner kan de prullenbak in. Zij met een veel jongere partner hebben juist vaak een laag inkomen.
      9 May , 2013 : 12:58:25
    • Media veroorzaken lichamelijke klachten
      Een uitzending op televisie of een verhaal op internet kan leiden tot allerlei lichamelijke klachten, zeggen Britse en Duitse onderzoekers.
      8 May , 2013 : 10:02:34
    • Bizar mini-skelet blijkt menselijk
      Was het een buitenaards wezen? Een verre voorouder van de mens? Nee, een bizar skeletje van 15 centimeter, gevonden in een woestijn, blijkt gewoon menselijk.
      8 May , 2013 : 10:02:06
    • Satellieten vangen met vliegenpapier
      Een gigantisch zeil moet vanaf dit najaar grote hoeveelheden afval in de ruimte gaan vangen en richting de dampkring sturen voor verbranding.
      6 May , 2013 : 13:57:17
    • Hepatitis B 82 miljoen jaar oud
      Hepatitis B, een van de meest voorkomende virale infecties over de hele wereld, is meer dan 82 miljoen jaar oud.
      6 May , 2013 : 09:21:32
    • Persoonlijkheid wint het in gevecht
      Bij een tweegevecht is het niet altijd de grote jongen die wint. Een kleine agressieveling trekt vaak aan het langste eind, blijkt uit onderzoek bij vissen.
      3 May , 2013 : 14:15:51
    • Het klassensysteem is springlevend
      De klassenmaatschappij is er ondanks jaren van onderwijs, sociale hulp en economische voorspoed nog. Er zijn alleen meer klassen.
      3 May , 2013 : 14:15:26
    • Na-apende apen horen er bij
      Ook dieren doen hun best om ‘er bij’ te horen, niets menselijks is ze vreemd. Meerkatten kijken bijvoorbeeld graag naar de eetgewoonten van hun buren.
      2 May , 2013 : 09:36:50
    • We moeten de ruimte opruimen
      Ruimte-afval vormt een serieuze bedreiging voor satellieten en ruimtevaart. Opruimen die troep dus. Maar hoe?
      2 May , 2013 : 09:36:44
    • Gevaarlijk blauw bloed
      Kroonprins Willem-Alexander wordt vandaag de nieuwe koning. Historisch gezien is het een wonder dat hij al zo oud is.
      30 April , 2013 : 08:15:56
    • We voelen met robots mee
      Martelen is martelen. Of je dat nu doet bij een vrouw, een robot of een kartonnen doos. We voelen bij alle drie mee met het slachtoffer.
      29 April , 2013 : 14:43:36

    Twitter over Wetenschap

    Local Time



    Films op TV


    Categorieen 2 (18)
    Alternatief (325)
    Dagbladen (533)
    Economie (172)
    Energie_en_Klimaat (159)
    Entertainment (81)
    Europa (63)
    Evenementen (137)
    ICT (133)
    Internet (337)
    Maatschappij (14)
    Overheid (49)
    Sport (115)
    TV (172)
    Weersberichten (9)
    Wetenschap (184)
    World (398)
    Zakelijk (10)
    Zorg (261)


    Google Ads



    Goud en Zilverkoers

    Google Ads